Routekaart naar 2029: wat je per jaar regelt als kinderopvangorganisatie

Het nieuwe financieringsstelsel voor de kinderopvang moet ingaan op 1 januari 2029. Hoe de DAEB-aanwijzing er precies uit komt te zien, weet nog niemand — het wetsvoorstel ligt bij de Raad van State en de invulling van cruciale onderdelen volgt in lagere regelgeving.
Toch is wachten geen optie. En dat komt door één beslissing die je dit najaar neemt, ruim voordat er iets vaststaat: je tarief voor 2027.
Waarom je tariefbesluit van dit najaar doorloopt tot 2029
De keten is kort, en hij is bindend:
Die keten begint bij een besluit dat je alleen goed kunt nemen als je weet waar je staat.
Onder de DAEB wordt je vergoeding begrensd tot je nettokosten plus een redelijke winst. Hoe hoog die winst mag zijn, weet niemand — die norm komt pas bij algemene maatregel van bestuur, dus ná de wet.
Naar de huidige stand van het wetsvoorstel geldt het nieuwe regime voor wat je ná de invoering opbouwt. Hoe de overcompensatietoets zich verhoudt tot vermogen dat er op 1 januari 2029 al stond, moet nog blijken uit de lagere regelgeving. Dat is geen randgeval: het bepaalt mede wat de jaren tot 2029 je straks opleveren. Wij houden het bij zodra de AMvB er ligt.
Dat maakt 2026, 2027 en 2028 tot de drie jaren waarin je je uitgangspositie bepaalt. En het maakt je tariefbesluit tot iets anders dan een jaarlijkse routineklus. Het is de enige beslissing in deze hele routekaart die volledig van jou is. De rest van wat hier staat, is reageren op wat Den Haag doet.
Maar een tarief onderbouw je niet op gevoel. Je hebt eerst een nulmeting nodig: waar sta je nu, in rendement en in eigen vermogen? Dat zijn niet toevallig precies de twee grootheden waar het nieuwe stelsel op ingrijpt. In de positiescan ordenen we de sector langs die twee assen in zes herkenbare uitgangsposities. De meeste bestuurders weten binnen tien seconden welk vak het hunne is — en dat vak bepaalt hoeveel speelruimte je in de komende drie jaar hebt.
Deze routekaart is een overzicht, geen handboek. Per jaar zie je wat vaststaat en wat nog open is; per spoor verwijzen we door naar het dossier waar de verdieping staat. Waar iets nog niet bestaat, zeggen we dat — en dan staat er ook geen link. Dit dossier is de spiegel van het kennisdossier De weg naar 2029: het tijdpad en het ingroeipad. Dat stuk beschrijft wat Den Haag doet; dit dossier beschrijft wat jij doet.
De vier jaren in één oogopslag
Hoe donkerder het kader, hoe dichter bij 2029. Let op de verhouding: hoe verder je kijkt, hoe minder er vaststaat. Dat is geen tekortkoming van deze kaart — dat is de stand van het dossier.
2026 — je uitgangspositie
Vast: het wetsvoorstel ligt bij de Raad van State. Het huidige toeslagstelsel blijft tot en met 2028 gewoon van kracht.
Wat jij doet: je nulmeting. Kostprijs, marge, bezettingsgraad. En je tariefbesluit 2027, dit najaar.
2027 — de wet door de Kamer
Verwacht: de minister gaf in het commissiedebat van 25 juni 2026 aan dat de behandeling vóór 1 januari 2028 afgerond moet zijn om 2029 haalbaar te houden.
Wat jij doet: volgen, en je tariefmethodiek herhalen voor 2028.
2028 — het transitiejaar
Open: vrijwel alles. Wat je in dit jaar moet inrichten, hangt af van lagere regelgeving die nog geschreven wordt.
Wat jij doet: aansluiten en inrichten. Je tariefbesluit 2029 is het eerste onder de nieuwe spelregels.
2029 — het nieuwe stelsel
Vast, als het tijdpad houdt: op 1 januari 2029 gaat de directe financiering in.
Wat jij doet: bewaken en leren. Over dit jaar leg je voor het eerst verantwoording af volgens de nieuwe regels.
Let op de verhouding tussen de vier. In 2027 en 2028 doe je vooral wat de wetgever je opdraagt. In 2026 doe je wat jij kiest. Dat is niet toevallig het jaar met de meeste ruimte — en het is het jaar dat het snelst voorbij is.
Wil je up-to-date blijven?
Blijf op de hoogte van de ontwikkelingen rond de DAEB-aanwijzing en de nieuwe financiering van kinderopvang.
Schrijf je gratis in voor de nieuwsbrief van KDV Online.
De zes sporen
Elk jaar kent dezelfde zes sporen. Ze lopen door alle vier de jaren heen — daarom staat de verdieping niet bij een jaartal, maar bij het spoor. Wat vandaag geldt voor je kostprijs, geldt in 2028 nog steeds.
1. Cijfers en tarief
Ken je drie kerncijfers: je kostprijs per uur, je marge en je bezettingsgraad.
Let bij die derde op de definitie: bezettingsgraad is verkochte uren gedeeld door totale capaciteit aan uren, niet het aantal ingeschreven kinderen. De drie hangen samen: een dalende bezetting duwt je kostprijs per verkocht uur omhoog, omdat dezelfde vaste kosten over minder uren worden verdeeld.
En aan die bezetting trekken op dit moment twee krachten — de andere kant op.
De eerste is demografisch, en hij is nu al zichtbaar. In 2021 werden 179.441 kinderen geboren: een piek. Die kinderen zijn nu vier en vijf jaar oud. Ze verlaten het kinderdagverblijf en stromen door naar school en buitenschoolse opvang. Wat instroomt zijn de jaargangen daarna, en die zijn kleiner: 167.504 (2022), 164.487 (2023) en 166.143 (2024). Per jaargang scheelt dat ruim dertienduizend kinderen. Het gemiddeld kindertal per vrouw daalde in diezelfde periode van 1,545 naar 1,426.
Voor een kinderdagverblijf is dat een krimpende instroom. Voor een buitenschoolse opvang is het het omgekeerde: daar komt de piek van 2021 juist binnen. Wie beide aanbiedt, ziet vooral een verschuiving — en die vraagt om verplaatsing van capaciteit, niet om afbouw.
De tweede kracht is beleidsmatig. Het kabinet verwacht dat de vraag naar kinderopvang juist stijgt, omdat opvang voor ouders fors goedkoper wordt.
Welke van de twee bij jóu de doorslag geeft, hangt af van je regio, je leeftijdsopbouw en je aanbod. Dat is precies waarom je je eigen bezettingsgraad moet kennen en niet mag afgaan op een landelijk gemiddelde.
Zonder deze drie cijfers kun je geen tarief voor 2027 onderbouwen — en straks geen gesprek voeren over kostendekkendheid onder het nieuwe stelsel. Voor het tariefbesluit zelf kun je de Kostenprognose 2027 gebruiken, die per kostencomponent een bandbreedte geeft, en de Tarieventool, die een tariefvoorstel vertaalt naar de netto gevolgen per inkomensklasse.
Verdieping: waarom de kostprijsvraag onder de DAEB zo zwaar gaat wegen — en waarom "de" kostprijs zo lastig vast te stellen is — lees je in Kostprijs en redelijk rendement.
2. Bedrijfsstructuur en strategie
Boven alle operationele voorbereiding hangt één koersvraag: consolideren, groeien of verkopen?
Dit is de enige beslissing in dit dossier die jij neemt, en niemand anders. Niet je accountant, niet je toezichthouder, niet Den Haag. En het is echt een keuze — geen schadebeperking.
Want de DAEB brengt niet alleen begrenzing. De geldstroom wordt schoner: de vergoeding gaat rechtstreeks naar de kinderopvangorganisatie, en de overheid haalt geen kinderopvangtoeslag meer terug bij ouders. En de consolidatie in de sector loopt al jaren: uit eigen onderzoek van KDV Online op basis van het Landelijk Register Kinderopvang blijkt dat het aantal houders daalt terwijl de capaciteit groeit. In die beweging zit je aan de ene kant of aan de andere.
Daar staat tegenover dat de compensatie wordt begrensd: de vergoeding mag niet hoger zijn dan de nettokosten van de dienst plus een redelijk rendement. Wat daarboven binnenkomt, geldt als overcompensatie en wordt teruggehaald of verrekend. Hoe hoog dat redelijk rendement mag zijn, weet nog niemand — dat wordt de komende tijd nader uitgewerkt. Beide zijn waar. Welke kant het voor jou uitvalt, hangt af van je positie en je koers — en dat is precies waarom dit een beslissing is en geen lot.
Welke van de drie richtingen realistisch is, hangt af van twee dingen: je huidige positie en je eigen doelstellingen. Hoeveel eigen vermogen heb je, en hoeveel rendement maak je? Met een dunne buffer en een dunne marge heb je minder opties dan iemand met beide op orde — hoe de norm ook uitpakt. Dat is geen kwestie van durf, maar van rekenwerk. Waar je staat, bepaal je met de positiescan hierboven.
Positie en doelstelling samen bepalen jouw ingroeipad naar 2029. Den Haag heeft er ook een — de stapsgewijze verhoging van de vergoedingspercentages. Dat is het pad van de overheid naar het nieuwe stelsel. Dit is het jouwe, en het loopt niet vanzelf gelijk op. Houd daarbij één praktische randvoorwaarde in het oog: groei- en verkooptrajecten kosten tijd — vaak meer dan een jaar. Wat af moet zijn vóór de stelselwijziging, moet ruim daarvoor in gang worden gezet.
Uit positie en doelstelling volgen de vragen die je jezelf dit jaar stelt. Wat wil je dat er over vijf jaar staat, en van wie is het dan? Als je zou willen groeien: kun je die groei financieren uit een rendement dat begrensd wordt — en wat zegt je bank daarvan? Als je zou willen verkopen: weet je wat je organisatie nu waard is? En als je wilt consolideren: is je huidige positie sterk genoeg om dat vol te houden onder regels die je nog niet kent? Wij beantwoorden die vragen niet voor je. Wat jouw situatie vraagt, hangt af van je rechtsvorm, je financiering, je vastgoed en je persoonlijke plannen — en dat weet niemand die dit vanaf de zijlijn opschrijft.
Verdieping: hoe je koers kiest terwijl het dossier nog niet beslist is, staat in Ondernemen richting 2029.
3. Administratie en verantwoording
Hier bestaat een hardnekkig misverstand, en het is goed om dat meteen op te ruimen. De DAEB betekent niet automatisch een gescheiden boekhouding. Het kabinet kiest juist voor een zo breed mogelijke definitie van de dienst kinderopvang. Die keuze maakt het, in de woorden van het kabinet, minder vaak noodzakelijk een gescheiden boekhouding te voeren — want wat binnen de DAEB valt, hoeft niet van de DAEB gescheiden te worden.
Wat er wél komt, is de overcompensatietoets: de overheid gaat toetsen of je vergoeding niet hoger uitvalt dan je nettokosten plus een redelijk rendement, en er komt een terugbetalings- en verrekeningsregeling. Hoe die toets wordt vormgegeven, wordt nog uitgewerkt.
Dat maakt de opgave voor dit jaar overzichtelijk: richt geen administratie in op regels die niet vaststaan. Wat wél kan: inventariseer hoe je huidige administratie is opgebouwd, en waar kosten en opbrengsten nu door elkaar lopen. Heb je activiteiten die straks buiten de DAEB kunnen vallen, dan is dat de plek waar een scheiding wél gaat spelen.
Zodra de eisen vastliggen, kost het aanpassen van systemen en het inrichten van een verantwoordingscyclus tijd. Plan het gesprek met je accountant vroeg.
Verdieping: welke verplichtingen er in het voorstel staan en hoe zwaar ze wegen, lees je in De regeldruk van de DAEB.
4. Organisatie en governance
Het kabinet heeft aangekondigd dat de kinderopvangsector onder de Wet normering topinkomens komt te vallen; de uitwerking daarvan volgt nog. Breng nu je structuur, rechtsvorm en beloningsafspraken in kaart, zodat je weet waar je staat als de Kamer erover besluit.
Heb je een holdingstructuur met bijvoorbeeld een aparte vastgoed-BV? Breng die dan óók in beeld. Het wetsvoorstel grijpt aan op het niveau van de houder, maar hoe de regels precies omgaan met kosten en vergoedingen binnen zo'n structuur, wordt pas duidelijk bij de lagere regelgeving.
Verdieping: waarom het kabinet de hele sector eronder wil brengen, staat in De WNT.
5. Oudercommissie
Je oudercommissie heeft op grond van de Wet kinderopvang adviesrecht op de prijs van de kinderopvang. Maar dit jaar gaat dat gesprek over meer dan een percentage.
Neem haar dit jaar mee in wat er aankomt: dat het stelsel per 2029 verandert, wat een DAEB-aanwijzing voor de organisatie betekent, en waarom dat gevolgen heeft voor de koers van je bedrijf. Stel je dat uit, dan voer je die discussie in 2028 alsnog — maar dan met minder tijd en met besluiten die al genomen zijn.
Twee dingen maken dat gesprek concreet. Met de Kostenprognose laat je zien met welke bandbreedtes je rekent — niet één getal, maar scenario's. Met de Tarieventool laat je zien wat een tariefvoorstel netto betekent per inkomensklasse. Dat verplaatst het gesprek van "waarom wordt het duurder" naar "hoe is dit opgebouwd".
Verdieping: waar het rendementsplafond vandaan komt en waarom niemand er ooit over heeft gestemd, lees je in de reconstructie — bruikbaar als achtergrond voor het gesprek met je toezichthouders en je oudercommissie.
6. Ouders
Richting ouders is dit jaar terughoudendheid op zijn plaats. Het stelsel is nog niet vastgesteld, en een uitgebreid verhaal over 2029 levert vooral vragen op die je nu niet kunt beantwoorden. Houd het kort: er komt iets aan, wij volgen het, je hoort het van ons.
Wat wél speelt en dit jaar in hun portemonnee zit: door de stapsgewijze verhoging van de vergoedingspercentages in de kinderopvangtoeslag — het ingroeipad naar het nieuwe stelsel — dalen de netto kosten naar verwachting voor een groot deel van de ouders. Dat is nieuws dat je zelf kunt brengen. En het is meteen de gelegenheid om uit te leggen dat er een grotere verandering achter zit.
Met de Rekentool voor ouders laat je ze op je eigen site zelf uitrekenen wat de opvang hun netto kost. De ouder rekent het zelf na — dat is de rustigste manier om een tariefwijziging uit te leggen.
Verdieping: hoe de geldstroom vanaf 2029 precies verandert, en wat ouders dan nog zelf doen, staat in Van toeslag naar directe financiering.
Wijzigingslog
- 13 juli 2026 — Correctie op het spoor Administratie en verantwoording. Hier stond dat het wetsvoorstel aanstuurt op een scherpere scheiding in de boekhouding. Dat is onjuist: het kabinet kiest juist voor een brede DAEB-definitie, die een gescheiden boekhouding minder vaak nodig maakt. Wat er wél komt, is de overcompensatietoets. Ook de bronvermelding van het betrokken Kamerstuk is rechtgezet.
- 13 juli 2026 — De passage over de bezettingsgraad onderbouwd met CBS-cijfers, en de tegenkracht erbij gezet: het kabinet verwacht juist een stijgende vraag. De eerdere formulering stelde de daling te stellig.
- 13 juli 2026 — Passage over vermogensopbouw vóór 2029 herzien. Waar eerder stond dat wat je vóór de invoering opbouwt buiten het nieuwe regime valt, staat er nu dat dit afhangt van de nog te schrijven lagere regelgeving.
- 13 juli 2026 — Dossier herzien tot overzichtskaart. De uitwerking per jaar is vervangen door doorverwijzingen per spoor.
- 8 juli 2026 — Eerste publicatie van dit dossier.
Bronnen
Het tijdpad, de DAEB-definitie, de overcompensatieregel en het ingroeipad zijn ontleend aan de onderstaande primaire overheidsstukken. De acties per spoor — wat jij doet — zijn een uitwerking van de redactie: zij volgen niet uit de wet, maar uit de vraag wat de aangekondigde regels betekenen voor je bedrijfsvoering. Waar iets nog niet vaststaat, staat dat er in de tekst bij. De constatering dat het aantal houders daalt terwijl de capaciteit groeit, is een eigen bevinding van de redactie op basis van gegevens uit het Landelijk Register Kinderopvang; die bevinding beschrijft de ontwikkeling tot nu toe en zegt niets over wat de DAEB daaraan gaat veranderen. Dit is geen individueel juridisch of financieel advies.
Primaire overheidsstukken
- Brief aan de Eerste Kamer over het nieuwe financieringsstelsel kinderopvang, 15 september 2025 (Kamerstuk 31 322, K) — de brede DAEB-definitie, het verbod op overcompensatie (nettokosten plus een redelijk rendement), de terugbetalings- en verrekeningsregeling, het ingroeipad, de verwachte stijging van de vraag, en de aankondiging dat de sector onder de WNT komt
- Conceptwetsvoorstel Wet financiering kinderopvang en memorie van toelichting (internetconsultatie) — de opzet van het nieuwe stelsel en de verplichtingen voor houders
- Kamerbrief "Nieuw financieringsstelsel kinderopvang: koers houden", 21 april 2026 — de actuele planning: advies Raad van State, indiening bij de Tweede Kamer en invoering per 1 januari 2029
Kamerbehandeling
- Commissiedebat Kinderopvang, Tweede Kamer, 25 juni 2026 (Debatdirect) — de uitspraken van minister Aartsen over het rendement, de spelregels en de behandeltermijn vóór 1 januari 2028
Cijfers
- CBS StatLine — Geboorte; kerncijfers (tabel 37422ned) — het aantal levend geboren kinderen per jaar (2021: 179.441 · 2022: 167.504 · 2023: 164.487 · 2024: 166.143) en het gemiddeld kindertal per vrouw
- Landelijk Register Kinderopvang (LRK) — brongegevens voor de eigen analyse van KDV Online over het aantal houders en de capaciteitsontwikkeling
Zorgvuldig samengesteld — en open voor jouw kennis. Deze informatie is met de grootste zorgvuldigheid samengesteld en gebaseerd op officiële bronnen. Zie je toch iets wat volgens jou niet klopt, of heb je een vraag? Laat het ons weten
Jeroen Pernot
Jeroen is oprichter van KDV Online. Zijn missie: grip op kinderopvang. Hij vertaalt de complexe stelselherziening richting 2029 naar de praktijk — van Kamerdebatten en adviezen tot wetgeving. Zo weet jij waar je aan toe bent en maak je onderbouwde keuzes.
De DAEB vraagt voorbereiding. Wil je sparren over wat dit voor jouw organisatie betekent? Ga dan met Jeroen in gesprek.
Ik houd je ook graag op de hoogte van de ontwikkelingen binnen het kerndossier DAEB Kinderopvang 2029. Meld je aan voor de nieuwsbrief en je bent als eerste op de hoogte.
Kostenprognose 2027

Met de Kostenprognose bereken je gratis de verwachte kostenstijging voor 2027, volgens de Ayit-methode. De inflatiecorrectie voor 2026 is al verwerkt, en je vult zelf je eigen cijfers in de velden in — zo krijg je een prognose die past bij jouw organisatie. Je ziet in één oogopslag hoeveel je kosten naar verwachting toenemen, wat de basis vormt voor een onderbouwd tariefbesluit voor het komende jaar.
Tarieventool 2027

Met de Tarieventool bereken je de netto bijdrage van alle inkomensklassen en zet je die af tegen de stijging van het netto loon als gevolg van je geplande prijsstijging. De KOT-tarieven voor 2027 zijn gebaseerd op de berekeningen van Ed Buitenhek (+3,3%). Je slaat verschillende scenario’s op en vergelijkt ze naast elkaar, zodat je precies ziet wat een tariefwijziging voor elke inkomensgroep betekent — en de uitkomsten kunt downloaden en delen met je oudercommissie.
Rekentool voor ouders

De meeste berekeningen gaan uit van het toeslagvoorschot. Deze rekentool corrigeert naar de eindafrekening: wat ouders na de definitieve toeslagberekening werkelijk betalen. Zo zie je de échte netto kosten van jóuw dienstverlening. En in 2027 dalen die voor veel ouders juist — terwijl jouw eigen kosten harder stijgen dan het maximale KOT-uurtarief. Zo licht je ouders goed voor over hun werkelijke netto kosten — en laat je zien dat je een transparante, betrouwbare aanbieder bent.
