Het wetsvoorstel financiering kinderopvang — wat de nieuwe wet regelt

Publicatiedatum: 6 juli 2026Laatst bijgewerkt: 7 juli 2026Dossier: KennisdossierGelezen: 23

Bijna alles in dit dossier — de DAEB, de staatssteunvraag, het redelijk rendement, de verantwoording — komt voort uit één document: het conceptwetsvoorstel voor de Wet financiering kinderopvang. Dat voorstel lag van 17 oktober tot 28 november 2025 ter internetconsultatie. In dit stuk lees je wat die wet in de kern regelt, uit welke onderdelen ze bestaat, en — net zo belangrijk — wat er nog níét in staat. Eén kanttekening vooraf: dit is een concept. Wat ter consultatie lag, is niet automatisch wat straks wet wordt; de consultatiereacties, het advies van de Raad van State en de lagere regelgeving gaan het nog aanpassen. We beschrijven de wet dus zoals ze er nú ligt.

Van kinderopvangtoeslag naar een directe vergoeding

De kern van de wet is een andere manier van betalen. Het huidige stelsel van kinderopvangtoeslag wordt vervangen door een inkomensonafhankelijke vergoeding die de overheid als subsidie rechtstreeks aan de houder van het kindercentrum of het gastouderbureau betaalt — niet langer via de ouder. Hoe die geldstroom precies verandert, lees je in van toeslag naar directe financiering. In het voorstel dekt die vergoeding het grootste deel van de kosten: 96% van de maximumuurprijs.

Bij die nieuwe financiering zijn steeds drie partijen betrokken: de ouder die opvang wil, de houder die de opvang biedt, en de overheid die via een uitvoerder betaalt. Het doel dat het kabinet ermee voor ogen heeft, is een eenvoudiger stelsel dat ouders meer financiële zekerheid geeft en de opvang betaalbaarder maakt — een antwoord op de problemen met terugvorderingen in het toeslagenstelsel.

De hoofdlijnen — hoe de wet is opgebouwd

Het hart van het voorstel zit in hoofdstuk 2, dat twee rechten naast elkaar zet en daar de DAEB-aanwijzing aan koppelt.

Het recht van de ouder op gesubsidieerde opvang. De ouder vraagt dit recht aan bij de uitvoerder (artikel 2.7). De belangrijkste voorwaarde is de arbeidseis — de koppeling aan gewerkte uren — of een uitzondering daarop. De hoogte van de vergoeding hangt vervolgens vooral af van keuzes en omstandigheden die bij de ouder liggen: de inkomenseis (nader te bepalen bij AMvB), en de soort en hoeveelheid opvang waarvoor de ouder kiest.

Het recht van de houder op vergoeding. De houder maakt aanspraak op de vergoeding (artikel 2.1) zodra er een overeenkomst met de ouder is, is vastgesteld dat de ouder recht heeft op gesubsidieerde opvang, én de houder aan een aantal aansluiteisen voldoet. Die aansluiteisen zijn formeel van aard: de houder moet bepaalde beheersmaatregelen nemen, die nog bij AMvB worden vastgesteld (artikel 2.16).

De aanwijzing als DAEB. Dit is het onderdeel met de meeste gevolgen voor je bedrijfsvoering, en het staat in paragraaf 6 van de wet. Artikel 2.27 wijst de houders aan om kinderopvang te bieden als Dienst van Algemeen Economisch Belang, voor zover zij daarvoor de vergoeding ontvangen — een aanwijzing met een looptijd van tien jaar. Artikel 2.28 verbindt daar concrete verplichtingen aan: je voert een gescheiden boekhouding waarin de DAEB-activiteiten los staan van je overige werkzaamheden, en je ontvangt voor de DAEB een vergoeding ter hoogte van de nettokosten inclusief een 'redelijke winst'. Komt de vergoeding daar bovenuit, dan wordt het meerdere teruggevorderd. Wat een redelijke winst precies is en hoe je de nettokosten berekent, wordt later bij AMvB uitgewerkt — daarover lees je meer in kostprijs en redelijk rendement.

Toezicht en verantwoording. De wet regelt ook de handhaving — van een last onder dwangsom tot een bestuurlijke boete (artikelen 2.34 en 2.35) — en de verantwoording die daarbij hoort, zoals een periodieke compensatieverantwoording en de toepassing van de WNT op de sector.

Wil je up-to-date blijven?

Blijf op de hoogte van de ontwikkelingen rond de DAEB-aanwijzing en de nieuwe financiering van kinderopvang.

Schrijf je gratis in voor de nieuwsbrief van KDV Online.

Schrijf je in

Wat nog niet vaststaat — de rol van de AMvB's

Opvallend aan dit voorstel is hoevéél er nog niet in de wet zelf staat, maar wordt doorgeschoven naar lagere regelgeving: de algemene maatregelen van bestuur (AMvB's). De berekening van de nettokosten en de redelijke winst, de manier waarop je de gescheiden boekhouding voert, de inkomenseis, de aansluiteisen — het zijn stuk voor stuk onderdelen die pas bij AMvB concreet worden. En die AMvB's zijn op het moment van schrijven nog niet bekend, ook niet in concept.

Voor jou als houder is dat belangrijk om te weten: de wet zet de kaders, maar de spelregels die je dagelijkse bedrijfsvoering raken — vooral rond rendement en verantwoording — worden pas later ingevuld. Precies daarom is dit een levend dossier.

Waarom dit voorstel nog gaat veranderen

Een conceptwetsvoorstel doorloopt een heel traject voordat het wet is. Op de consultatieversie kwamen stevige reacties uit de sector: de Brancheorganisatie Kinderopvang (met een juridische analyse van Stibbe) en de grootste commerciële aanbieder Partou plaatsten kritische kanttekeningen, onder meer over de forse toename van de regeldruk en over de juridische houdbaarheid van de DAEB-aanwijzing.

En daar zit meteen de grootste onzekerheid. In de memorie van toelichting concludeert het kabinet zélf dat het nieuwe stelsel staatssteun omvat, en dat de DAEB-aanwijzing de manier is om die steun rechtmatig te verstrekken. Of dat juridisch klopt, is precies het punt waarover de landsadvocaat en Stibbe lijnrecht tegenover elkaar staan — dat werken we uit in staatssteun of niet?. Na de consultatie volgen nog het advies van de Raad van State en de behandeling in beide Kamers; wanneer dat speelt, lees je in de weg naar 2029. Kortom: de richting ligt vast, maar de precieze tekst nog niet.

Wat dit voor jou betekent

Dit voorstel is de wet waaronder je straks werkt, en drie onderdelen raken je bedrijfsvoering het meest direct: de DAEB-aanwijzing met haar tienjarige looptijd, de verplichte gescheiden boekhouding tussen DAEB- en niet-DAEB-activiteiten, en de begrenzing van je vergoeding tot de nettokosten plus een redelijke winst. Dat zijn geen administratieve details, maar keuzes die je structuur, je rendement en je verantwoording raken.

Tegelijk staat veel van de concrete invulling nog open, in de AMvB's die nog moeten komen. De verstandige lijn is dan ook niet afwachten tot alles vaststaat, maar de kaders die er al liggen nu leren kennen — zodat je klaar bent zodra de details worden ingevuld. In dit dossier houden we die ontwikkelingen bij; alle brondocumenten vind je in het juridisch dossier .

Bronnen

Dit artikel beschrijft het conceptwetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals die ter consultatie lagen. De artikelnummers en hoofdlijnen zijn ontleend aan dat officiële stuk. De onderliggende bronnen:

Volledig overzicht van alle brondocumenten in dit dossier — inclusief status en fase. Naar het Juridisch dossier 2029

Wat betekent dit voor jóuw organisatie?

De artikelen op KDV Online leggen uit wát er verandert. De overstap naar het nieuwe financieringsstelsel raakt élke kinderopvangorganisatie — klein of groot, bv, stichting, eenmanszaak of vof. De nieuwe Wet financiering kinderopvang vraagt aanpassingen in je structuur, je administratie en je verantwoording, en die voorbereiding begint niet in 2029, maar nú.

De DAEB heeft bedrijfseconomische gevolgen — voor je rendement, je tarieven, je vermogensopbouw en de manier waarop je je financiering en structuur inricht. Dat zijn geen zaken die je op het laatste moment regelt. Wie te laat begint, kan straks niet meer bijsturen; wie nu voorbereidt, staat klaar voor de toekomst.

Binnenkort komen er tools, levende dossiers, webinars en opleidingen waarmee je de gevolgen voor jóuw situatie concreet in beeld brengt en je stap voor stap voorbereidt: waar je staat, wat je moet regelen, en wanneer. Wil je als eerste horen zodra dat er is?

Ik wil weten wat dit voor mij betekent

Zorgvuldig samengesteld — en open voor jouw kennis. Deze informatie is met de grootste zorgvuldigheid samengesteld en gebaseerd op officiële bronnen. Zie je toch iets wat volgens jou niet klopt, of heb je een vraag? Laat het ons weten

Jeroen Pernot, eigenaar van KDV Online
Eigenaar KDV Online

Jeroen Pernot

Jeroen is oprichter van KDV Online. Zijn missie: grip op kinderopvang. Hij vertaalt de complexe stelselherziening richting 2029 naar de praktijk — van Kamerdebatten en adviezen tot wetgeving. Zo weet jij waar je aan toe bent en maak je onderbouwde keuzes.

De DAEB vraagt voorbereiding. Wil je sparren over wat dit voor jouw organisatie betekent? Ga dan met Jeroen in gesprek.

Ik houd je ook graag op de hoogte van de ontwikkelingen binnen het kerndossier DAEB Kinderopvang 2029. Meld je aan voor de nieuwsbrief en je bent als eerste op de hoogte.

Kostenprognose 2027

Met de Kostenprognose bereken je gratis de verwachte kostenstijging voor 2027, volgens de Ayit-methode. De inflatiecorrectie voor 2026 is al verwerkt, en je vult zelf je eigen cijfers in de velden in — zo krijg je een prognose die past bij jouw organisatie. Je ziet in één oogopslag hoeveel je kosten naar verwachting toenemen, wat de basis vormt voor een onderbouwd tariefbesluit voor het komende jaar.

Tarieventool 2027

Met de Tarieventool bereken je de netto bijdrage van alle inkomensklassen en zet je die af tegen de stijging van het netto loon als gevolg van je geplande prijsstijging. De KOT-tarieven voor 2027 zijn gebaseerd op de berekeningen van Ed Buitenhek (+3,3%). Je slaat verschillende scenario’s op en vergelijkt ze naast elkaar, zodat je precies ziet wat een tariefwijziging voor elke inkomensgroep betekent — en de uitkomsten kunt downloaden en delen met je oudercommissie.

Rekentool voor ouders

De meeste berekeningen gaan uit van het toeslagvoorschot. Deze rekentool corrigeert naar de eindafrekening: wat ouders na de definitieve toeslagberekening werkelijk betalen. Zo zie je de échte netto kosten van jóuw dienstverlening. En in 2027 dalen die voor veel ouders juist — terwijl jouw eigen kosten harder stijgen dan het maximale KOT-uurtarief. Zo licht je ouders goed voor over hun werkelijke netto kosten — en laat je zien dat je een transparante, betrouwbare aanbieder bent.