De arbeidseis: wat verandert en wat niet

De arbeidseis is misschien wel het meest besproken onderdeel van de kinderopvang: het idee dat gesubsidieerde opvang in principe bedoeld is voor ouders die werken. Verdwijnt die eis in het nieuwe stelsel? Nee. Maar eromheen verandert er wél het een en ander — en juist dat onderscheid tussen wat blijft en wat verandert, wordt vaak door elkaar gehaald. In dit stuk zetten we het op een rij.
Wat de arbeidseis inhoudt
De arbeidseis staat in artikel 2.5 van het conceptwetsvoorstel: het recht op gesubsidieerde opvang — en daarmee de vergoeding — komt in principe alleen toe aan werkende ouders. Op die hoofdregel bestaan veel uitzonderingen. Artikel 2.5 noemt er al een groot aantal, zoals ouders die studeren. Artikel 2.6 voegt daar nog categorieën aan toe, waaronder asielzoekers, Oekraïense vluchtelingen en zogenoemde 'Brexit'-ouders.
In de praktijk vraagt de ouder bij de uitvoerder het recht op gebruik aan (artikel 2.7), en de arbeidseis — of een uitzondering daarop — is daarbij de belangrijkste voorwaarde. Hoe die aanvraag en de geldstroom precies lopen, lees je in van toeslag naar directe financiering.
Wat niet verandert — de arbeidseis blijft
Laten we bij het belangrijkste beginnen: de arbeidseis zelf blijft bestaan. In het commissiedebat was minister Aartsen daar ondubbelzinnig over: het kabinet gaat de arbeidseis niet loslaten, en dat is deels een principiële, ideologische keuze. Tegelijk ziet hij ook geen reden om de eis juist strénger te maken. De lijn is dus: de arbeidseis blijft zoals hij is, met de bestaande uitzonderingen.
Dat is een bewuste keuze met een prijskaartje. Het volledig loslaten van de arbeidseis zou volgens de minister ongeveer een half miljard euro extra kosten én tot fors meer vraag leiden — in een sector die qua bezetting al onder druk staat.
Wat wél verandert (1) — geen terugvordering meer bij niet-voldoen
Hier zit de grootste verandering, en ze is goed nieuws voor ouders én aanbieders. Onder het huidige toeslagenstelsel kan het niet meer voldoen aan de voorwaarden leiden tot een terugvordering achteraf. In het nieuwe stelsel is dat anders: het niet voldoen aan de arbeidseis leidt nooit tot terugvordering — ook niet bij de kinderopvanglocatie.
Blijkt bij een controle dat een ouder niet meer werkt, dan wordt de subsidie hooguit voor de toekomst stopgezet, niet met terugwerkende kracht teruggehaald. Alleen bij georganiseerde misbruiksituaties geldt een ander, strenger regime. Voor jou als houder betekent dit dat het terugvorderingsrisico rond de arbeidseis — dat onder de toeslag indirect op de sector drukte — grotendeels verdwijnt.
Wil je up-to-date blijven?
Blijf op de hoogte van de ontwikkelingen rond de DAEB-aanwijzing en de nieuwe financiering van kinderopvang.
Schrijf je gratis in voor de nieuwsbrief van KDV Online.
Wat wél verandert (2) — meer ruimte voor gemeenten
Een tweede verandering zit in de rol van gemeenten. Het kabinet wil hun in het nieuwe stelsel meer ruimte geven om specifieke groepen te helpen — bijvoorbeeld gezinnen die net buiten de standaardregels vallen maar wel opvang nodig hebben om aan het werk te kunnen. Gemeenten hebben zulke groepen vaak beter in beeld dan het Rijk.
Om dat mogelijk te maken, verhuist de bepaling over specifieke doelgroepen van de wet zelf naar lagere regelgeving (een AMvB); het huidige artikel 1.13 vervalt daarvoor. Het voordeel: als er dekking is, kan zo'n groep sneller worden geholpen zonder dat er eerst een heel wetstraject doorlopen hoeft te worden.
Wat nog openligt
Tot slot is er een discussie die nog niet is beslecht. In het debat opperde de minister of je de arbeidseis niet iets zou kunnen versoepelen — bijvoorbeeld door de eerste periode (in zijn woorden zo'n twee dagen) los te koppelen, om het stelsel eenvoudiger te maken voor mensen die net gaan werken. Hij noemde het zelf een mogelijk compromis, maar het is nadrukkelijk nog geen besluit: het kost geld en leidt tot extra vraag, en de arbeidseis zelf blijft hoe dan ook overeind. Houd dit dus in de gaten als een open punt, niet als vaststaand beleid.
Wat dit voor jou betekent
Voor jou als organisatie zijn er twee praktische lijnen. De eerste is geruststellend: het terugvorderingsrisico rond de arbeidseis verdwijnt grotendeels, wat een van de vervelendste kanten van het toeslagenstelsel wegneemt. De tweede vraagt oplettendheid: de ruimte voor gemeenten en de mogelijke versoepelingen kunnen invloed hebben op wélke gezinnen straks bij jou terechtkunnen — en die details worden pas bij AMvB ingevuld.
Zoals bij zoveel in dit dossier geldt: de hoofdlijn ligt vast, de uitwerking nog niet. We houden de ontwikkelingen bij; alle brondocumenten vind je in het juridisch dossier .
Bronnen
De arbeidseis en de uitzonderingen zijn ontleend aan het conceptwetsvoorstel (artikelen 2.5 en 2.6). De uitspraken over het vasthouden aan de arbeidseis, de gevolgen bij niet-voldoen en de ruimte voor gemeenten komen uit het commissiedebat van 25 juni 2026; die zijn opgetekend uit het debat, het officiële woordelijk verslag (Handelingen) is leidend.
- Internetconsultatie — Wet financiering kinderopvang (artikelen 2.5 en 2.6 over de arbeidseis en de uitzonderingen)
- Commissiedebat Kinderopvang, 25 juni 2026 (Debatdirect) — het vasthouden aan de arbeidseis, geen terugvordering, en de gemeente-ruimte
Wat betekent dit voor jóuw organisatie?
De artikelen op KDV Online leggen uit wát er verandert. De overstap naar het nieuwe financieringsstelsel raakt élke kinderopvangorganisatie — klein of groot, bv, stichting, eenmanszaak of vof. De nieuwe Wet financiering kinderopvang vraagt aanpassingen in je structuur, je administratie en je verantwoording, en die voorbereiding begint niet in 2029, maar nú.
De DAEB heeft bedrijfseconomische gevolgen — voor je rendement, je tarieven, je vermogensopbouw en de manier waarop je je financiering en structuur inricht. Dat zijn geen zaken die je op het laatste moment regelt. Wie te laat begint, kan straks niet meer bijsturen; wie nu voorbereidt, staat klaar voor de toekomst.
Binnenkort komen er tools, levende dossiers, webinars en opleidingen waarmee je de gevolgen voor jóuw situatie concreet in beeld brengt en je stap voor stap voorbereidt: waar je staat, wat je moet regelen, en wanneer. Wil je als eerste horen zodra dat er is?
Ik wil weten wat dit voor mij betekentZorgvuldig samengesteld — en open voor jouw kennis. Deze informatie is met de grootste zorgvuldigheid samengesteld en gebaseerd op officiële bronnen. Zie je toch iets wat volgens jou niet klopt, of heb je een vraag? Laat het ons weten
Jeroen Pernot
Jeroen is oprichter van KDV Online. Zijn missie: grip op kinderopvang. Hij vertaalt de complexe stelselherziening richting 2029 naar de praktijk — van Kamerdebatten en adviezen tot wetgeving. Zo weet jij waar je aan toe bent en maak je onderbouwde keuzes.
De DAEB vraagt voorbereiding. Wil je sparren over wat dit voor jouw organisatie betekent? Ga dan met Jeroen in gesprek.
Ik houd je ook graag op de hoogte van de ontwikkelingen binnen het kerndossier DAEB Kinderopvang 2029. Meld je aan voor de nieuwsbrief en je bent als eerste op de hoogte.
Kostenprognose 2027

Met de Kostenprognose bereken je gratis de verwachte kostenstijging voor 2027, volgens de Ayit-methode. De inflatiecorrectie voor 2026 is al verwerkt, en je vult zelf je eigen cijfers in de velden in — zo krijg je een prognose die past bij jouw organisatie. Je ziet in één oogopslag hoeveel je kosten naar verwachting toenemen, wat de basis vormt voor een onderbouwd tariefbesluit voor het komende jaar.
Tarieventool 2027

Met de Tarieventool bereken je de netto bijdrage van alle inkomensklassen en zet je die af tegen de stijging van het netto loon als gevolg van je geplande prijsstijging. De KOT-tarieven voor 2027 zijn gebaseerd op de berekeningen van Ed Buitenhek (+3,3%). Je slaat verschillende scenario’s op en vergelijkt ze naast elkaar, zodat je precies ziet wat een tariefwijziging voor elke inkomensgroep betekent — en de uitkomsten kunt downloaden en delen met je oudercommissie.
Rekentool voor ouders

De meeste berekeningen gaan uit van het toeslagvoorschot. Deze rekentool corrigeert naar de eindafrekening: wat ouders na de definitieve toeslagberekening werkelijk betalen. Zo zie je de échte netto kosten van jóuw dienstverlening. En in 2027 dalen die voor veel ouders juist — terwijl jouw eigen kosten harder stijgen dan het maximale KOT-uurtarief. Zo licht je ouders goed voor over hun werkelijke netto kosten — en laat je zien dat je een transparante, betrouwbare aanbieder bent.