Voer je bruto tarieven en opvanguren in en zie hoe de netto kinderopvangkosten zich ontwikkelen per inkomensklasse (2021–2026). Vergelijk deze ontwikkeling direct met de groei van het nettoloon.
De discussie over publieke financiering van kinderopvang krijgt steeds meer richting. Nieuwe documentatie uit de internetconsultatie en juridische duiding van de landsadvocaat wijzen steeds duidelijker naar een stelsel waarin kostprijs en proportionele winst centraal staan.
In deze webinars bespreken we wat deze ontwikkelingen betekenen voor tarieven, vermogen, governance, ondernemerschap en de waarde van kinderopvangorganisaties richting 2029.
Kies het webinar dat past bij jouw organisatie:
€99
Stichtingen in het nieuwe stelsel van Publieke financiering 2029
Online modules over rendement, vermogensopbouw, tariefstrategie en ondernemen binnen en buiten de kernopvang. Voor ondernemers die zelfstandig willen verdiepen of zich willen voorbereiden op een traject.
Tip: Vergelijk 2027 ook met 2026, 2025, 2024 of eerdere jaren. De kinderopvangtoeslag wordt sinds 2025 stapsgewijs verhoogd, op weg naar het nieuwe stelsel in 2029. Door de jaren naast elkaar te zetten wordt dit ingroeipad zichtbaar voor élke inkomensgroep — je ziet precies hoe de netto bijdrage van ouders zich per inkomen ontwikkelt. Waardevolle context voor jou én voor de oudercommissie.
Het max uurtarief stijgt waarschijnlijk minder hard dan jouw kosten
Het maximum toeslagtarief voor 2027 stijgt met 3,3% — de prognose van Bureau Buitenhek op basis van de CPB-ramingen (CEP 2026). De gemiddelde kostenstijging voor 2027 ramen wij echter op 4,8% (op grond van de AYIT-berekenmethode + inflatiecorrectie). Verhoog je je tarief alleen mee met de toeslag, dan dek je die kostenstijging niet volledig. Je kunt de volledige concept kostenprognose 2027 downloaden en de onderliggende aannames zelf bekijken.
Unieke managementinformatie · netto bijdrage per inkomensklasse, afgezet tegen netto loon, draagkracht en inflatiecontext · transparant richting de oudercommissie
Met deze tool zie je wat ouders in elke inkomensklasse netto betalen als gevolg van jouw bruto tarieven — ná aftrek van de kinderopvangtoeslag. Gebruik de uitkomsten voor je eigen inzicht én als communicatiemiddel richting de oudercommissie. Je kunt drie soorten vergelijkingen maken:
1
Effect van tariefstijging
Wat betalen ouders netto in 2027 t.o.v. 2026? Toont per inkomensklasse hoeveel de netto bijdrage stijgt na tariefverhoging, rekening houdend met de gewijzigde kinderopvangtoeslag.
2
Effect van een pakketwijziging
Wat kost een ander pakket ouders netto? Vergelijk bijvoorbeeld een uitbreiding van uren of weken met het huidige aanbod — binnen hetzelfde jaar of over jaren. Toont het netto kosteneffect per inkomensgroep.
3
Zoeken naar de laagste netto kosten
Welk pakket is voor ouders het voordeligst? Vergelijk twee pakketstructuren binnen hetzelfde jaar en zie direct per inkomensklasse welk pakket de laagste netto bijdrage oplevert — en voor welke inkomensgroepen het verschil het grootst is.
De resultaten ondersteunen het proces van tariefvaststelling en bieden een onderbouwde basis voor het gesprek met de oudercommissie. Je kunt de uitkomsten exporteren als PDF-rapport.
Probeer de tool
🔒
Sla vergelijkingen op en open ze later terug — beschikbaar na aanmelding.
De kinderopvangtoeslagtabel voor 2027 is in concept gepubliceerd, maar de maximum uurtarieven zijn nog niet bekend. Deze tool rekent met de doorrekening van bureau Buitenhek (een verhoging van 3,3%): € 11,61 voor dagopvang (KDV) en € 10,32 voor BSO. Je kunt het maximum KOT-uurtarief zelf aanpassen en zo je eigen scenario’s doorrekenen.
De definitieve tarieven worden pas in september 2026 verwacht. Wil je nu al sturen op een gezonde bedrijfsvoering, bereid je dan vast voor met deze cijfers.
🔍 Demo versie — je bekijkt een beperkte preview met historische jaren (2020–2025). Activeer de volledige tool voor toegang tot 2026 en 2027 en om vergelijkingen op te slaan.
⚠️ Let op – concept tarieven 2027: De toeslagtabel 2027 is gebaseerd op het Conceptontwerpbesluit Kinderopvangtoeslag 2027 (Rijksoverheid, kenmerk WGK028665) en nog niet formeel vastgesteld. KOT maximumtarief dagopvang: € 11,61 (Bureau Buitenhek / CPB CEP 2026, indexering +3,3%). Inkomensklassen geïndexeerd met +3,9%. Definitief besluit verwacht september 2026.
Per inkomensklasse zie je wat een gezin ná aftrek van kinderopvangtoeslag netto per maand betaalt — voor beide pakketten naast elkaar. Lage inkomens betalen relatief weinig dankzij hoge toeslag; naarmate het inkomen stijgt loopt de eigen bijdrage op richting het volle tarief.
Wat lees je hieruit af? – Wat het verschil tussen de pakketten betekent voor de portemonnee van ouders, per inkomensgroep. – Vanaf welke inkomensklasse de toeslag grotendeels wegvalt en ouders het volledige tarief dragen.
Verschil netto bijdrage
Hier blijft alleen het verschil tussen beide pakketten over, in euro's per maand. Het gevulde vlak vat samen wat de overstap van het ene naar het andere pakket een gezin per inkomensklasse kost of bespaart. Een positieve waarde betekent een hogere bijdrage bij Pakket A.
Wat lees je hieruit af? – Hoeveel euro per maand een gezin meer of minder betaalt bij het ene pakket t.o.v. het andere. – Of de kinderopvangtoeslag een tariefverschil deels opvangt, en bij welke inkomens dat het sterkst meespeelt.
Draagkracht: aandeel van het netto inkomen besteed aan kinderopvang
Niet de kosten zelf, maar wat ze betekenen: welk deel van het netto besteedbaar gezinsinkomen opgaat aan kinderopvang. Zo wordt zichtbaar voor welke inkomensgroepen de opvang licht of juist zwaar weegt.
Achtergrond: ter vergelijking besteden gezinnen gemiddeld ca. 15% van hun netto inkomen aan één kind en ca. 25% aan twee kinderen — inclusief opvangkosten (bron: Nibud).
Nettolonen berekend via Loonwijzer — 1 werkgever, geen fiscale partner, volledige heffingskortingen.
Wijziging netto bijdrage en stijging netto loon
Deze grafiek legt twee ontwikkelingen naast elkaar: hoeveel de netto ouderbijdrage stijgt, én hoeveel het gemiddelde netto loon in datzelfde jaar toeneemt. Zo plaats je de hogere opvangkosten tegen wat ouders extra te besteden krijgen.
Wat lees je hieruit af? – Of de stijging van de ouderbijdrage in verhouding staat tot de loonontwikkeling. – Of bepaalde inkomensgroepen harder geraakt worden dan hun inkomensgroei rechtvaardigt.
De kernvraag: niet alleen hóéveel ouders meer gaan betalen, maar óók of ze dat kunnen dragen.
Inkomensklassen zijn het gezamenlijk bruto toetsingsinkomen van het huishouden.
Verandering in draagkracht
Houden gezinnen na de tariefwijziging méér of minder over in hun huishoudbudget? Deze grafiek toont per inkomensklasse de verandering in financiële ruimte: of het aandeel van het inkomen dat aan opvang opgaat is afgenomen (meer ruimte) of toegenomen (minder ruimte).
Wat lees je hieruit af? – Voor welke inkomensgroepen er financieel meer of minder ruimte overblijft. – Of de hogere toeslag de tariefstijging voor gezinnen compenseert.
Boven nul = meer ruimte in het budget; onder nul = minder ruimte.
Netto kostenstijging t.o.v. algemene inflatie
Stijgen de netto opvangkosten harder of juist minder hard dan de algemene prijzen? Deze grafiek zet de werkelijke stijging van de netto kosten af tegen wat je op basis van het CPI-inflatiecijfer (CBS) zou verwachten. Het roze vlak toont de werkelijke netto kosten per maand; het grijze vlak wat die kosten zouden zijn als ze alleen met de inflatie waren meegestegen. Steekt het grijze vlak boven het roze uit, dan steeg de opvang minder hard dan de inflatie.
Hoe kan dit verschillen? Het brutotarief van kinderopvang stijgt vaak harder dan de algemene inflatie — vooral door personeelskosten en wetgeving. Tóch kunnen de netto kosten voor ouders achterblijven bij de inflatie, doordat de overheid de kinderopvangtoeslag de afgelopen jaren sterker verhoogde (hoger maximumuurtarief en hogere uitkeringspercentages). Hoe hoger het inkomen, hoe kleiner het dempende effect van de toeslag — al houdt het eerste kind sinds de hervorming altijd een vaste minimumvergoeding, zodat de eigen bijdrage ook bij hoge inkomens niet volledig met het brutotarief meebeweegt.
Uitkeringspercentage kinderopvangtoeslag per inkomensklasse
Het deel van de bruto opvangkosten dat de overheid vergoedt voor het eerste kind, per inkomensklasse — het hoofdjaar (roze) en het vergelijkingsjaar naast elkaar. Lage inkomens zitten op het maximum; hogere inkomens krijgen een lager percentage.
Wat lees je hieruit af? – Hoe vlak of steil de vergoeding afloopt met het inkomen, in beide jaren. – Voor welke inkomensgroepen het overheidsaandeel het sterkst is veranderd.
De kinderopvangtoeslag wordt stapsgewijs hervormd naar één inkomensonafhankelijk percentage van 96% in 2029. In 2027 krijgen alle inkomens tot circa € 87.767 het maximum van 96% voor het eerste kind; daarboven loopt het af, maar het eerste kind houdt altijd een vaste minimumvergoeding. Concept — nog niet definitief vastgesteld.
Toename uitkeringspercentage kinderopvangtoeslag
Het uitkeringspercentage is het deel van de bruto opvangkosten dat de overheid via de kinderopvangtoeslag vergoedt. Deze grafiek toont per inkomensklasse of dat overheidsaandeel is gestegen of gedaald t.o.v. het vergelijkingsjaar.
Wat lees je hieruit af? – Of de overheid een groter of kleiner deel van de rekening overneemt, en bij welke inkomens dat speelt.
Kinderopvang vs. algemene inflatie per inkomensklasse
Hoeveel zijn de netto kinderopvangkosten gestegen tussen beide jaren, per inkomensklasse — afgezet tegen de algemene prijsstijging (CPI) over dezelfde periode? Ligt het roze vlak onder het grijze CPI-vlak, dan steeg de opvang voor die inkomens mínder hard dan het gemiddelde prijspeil.
Het grijze CPI-vlak is de cumulatieve consumentenprijsstijging (CBS) over het gekozen jaarvenster. Categorieën als energie, boodschappen en huur volgen in een latere versie. Let op: bij lage inkomens die voorheen bijna niets betaalden kan het stijgingspercentage sterk uitschieten.
Onderbouwing
Berekening netto bijdrage
Bruto omzet = uren per maand × bruto uurtarief
KOT = uren per maand × MIN(bruto uurtarief, KOT maximumtarief) × uitkeringspercentage
Loonwijzer — 1 werkgever, volledige heffingskortingen, geen fiscale partner
Gemiddeld bestedingsaandeel
Nibud — ca. 15% (1 kind), ca. 25% (2 kinderen)
Exporteren als PDF
Selecteer de secties die je wilt opnemen in de PDF:
Veelgestelde vragen
Over de tarieventool, de kinderopvangtoeslag en hoe je de uitkomsten leest.
Waarvoor en waarom gebruik je de tool?
Wat berekent de tarieventool, en waarvoor gebruik ik hem?+
De tool rekent per inkomensklasse uit wat ouders ná aftrek van kinderopvangtoeslag (KOT) netto per maand betalen, en zet twee scenario's naast elkaar — bijvoorbeeld twee tarieven of twee jaren. Zo zie je niet alleen het brutotarief, maar het werkelijke effect op de portemonnee van ouders. Je gebruikt hem om een tariefwijziging vooraf inzichtelijk te maken en te onderbouwen richting de oudercommissie.
Waarom zet de tool de netto kosten naast de loonontwikkeling?+
Een tariefstijging zegt op zichzelf weinig; het gaat om wat ouders er nettó van merken in verhouding tot wat ze verdienen. Door de netto kosten te plaatsen naast de ontwikkeling van het nettoloon en de inflatie, wordt zichtbaar of de opvang voor een inkomensgroep relatief duurder of juist goedkoper wordt. Dat geeft context aan een tariefbesluit dat verder gaat dan een kaal percentage.
Hoe helpt de tool bij transparantie richting ouders?+
De tool levert grafieken plus een onderbouwing met rekenstappen en bronnen, die je als PDF kunt exporteren. Daarmee laat je per inkomensgroep transparant zien wat een tariefwijziging voor ouders betekent — inclusief het dempende effect van de toeslag — wat het gesprek met de oudercommissie feitelijk en navolgbaar maakt.
Advies over pakketstructuur en bedrijfseconomische keuzes
Tarieven zijn bepalend voor het bedrijfseconomisch resultaat van je organisatie. Zit jouw tarief misschien te laag? En hoe houdt het stand vanaf 2029?
KDV Online ondersteunt kinderopvangorganisaties al twee jaar bij hun tariefstelling. We adviseerden inmiddels ruim 50 organisaties met succes — en vrijwel al die tarieven werden goedgekeurd door de oudercommissie.
Adviseert de tool ook over mijn pakketstructuur of tariefopbouw?+
De tool laat zien wát een bruto tarief netto betekent per inkomensklasse — niet hoe je je aanbod het beste inricht. Je jaaromzet hangt namelijk niet alleen af van het uurtarief, maar ook van je pakketstructuur, openingstijden en de mate van flexibiliteit: díe keuzes bepalen hoeveel opvanguren je daadwerkelijk verkoopt. Wil je daar gericht op sturen, kijk dan op Tariefbesluitvorming, waar dit is uitgewerkt in Tariefstructuren, Openingstijden, Flexibele opvang beperken en Eén tarief of differentiatie.
Over de inhoud en de cijfers van de tool
Hoe wordt de netto ouderbijdrage berekend?+
In drie stappen: (1) bruto omzet = uren per maand × bruto uurtarief; (2) KOT = uren per maand × het laagste van (bruto uurtarief, KOT-maximumtarief) × het uitkeringspercentage dat bij het inkomen hoort; (3) netto bijdrage = bruto omzet − KOT. De toeslag wordt dus berekend over het tarief tot aan het wettelijk maximum, niet daarboven.
Wat is het KOT-maximumuurtarief?+
Dat is het hoogste uurtarief waarover de overheid kinderopvangtoeslag uitkeert. Voor 2027 (concept) is dat circa € 11,61 voor dagopvang en € 10,32 voor BSO. Reken je met een brutotarief boven dat maximum, dan betalen ouders het verschil volledig zelf — daar staat geen toeslag tegenover.
Waarom betalen lage inkomens relatief weinig en hoge inkomens bijna het volle tarief?+
Het uitkeringspercentage loopt af met het inkomen: lage inkomens krijgen het hoogste percentage vergoed, hoge inkomens het laagste. Daardoor stijgt de eigen bijdrage naarmate het inkomen toeneemt, tot ouders bij de hoogste inkomens vrijwel het volledige tarief dragen.
Waar komen de cijfers vandaan?+
De toeslagtabel 2027 komt uit het Conceptontwerpbesluit Kinderopvangtoeslag 2027 (WGK028665, Rijksoverheid). Eerdere jaren zijn de definitief vastgestelde tabellen van Rijksoverheid/Belastingdienst. Nettolonen komen van Loonwijzer, inflatiecijfers (CPI) van het CBS, en de bestedingsaandelen van het Nibud.
Waarom staat bij 2027 “concept”?+
De inkomensklassen en tarieven voor 2027 zijn gebaseerd op het conceptbesluit uit de internetconsultatie en nog niet definitief vastgesteld. De definitieve tabel wordt verwacht in september 2026. Tot die tijd zijn de 2027-uitkomsten indicatief; de jaren tot en met 2026 zijn wél definitief.
Wat verandert er richting 2029?+
De kinderopvangtoeslag wordt stapsgewijs hervormd naar één inkomensonafhankelijk percentage van 96% in 2029. In 2027 krijgen alle inkomens tot circa € 87.767 al het maximum van 96% voor het eerste kind; daarboven loopt het percentage af, maar het eerste kind houdt altijd een vaste minimumvergoeding.
Hoe kan het dat de netto kosten soms minder hard stijgen dan de inflatie?+
Het brutotarief stijgt vaak harder dan de algemene inflatie, vooral door personeelskosten. Maar de overheid heeft de toeslag de afgelopen jaren sterker verhoogd (hoger maximumtarief en hogere percentages), waardoor de netto kosten voor ouders kunnen achterblijven bij de inflatie. Hoe hoger het inkomen, hoe kleiner dat dempende effect.
Wat betekent “draagkracht” in de grafieken?+
Dat is het deel van het netto besteedbaar gezinsinkomen dat aan kinderopvang opgaat. Ter vergelijking: gezinnen besteden gemiddeld zo'n 15% van hun netto inkomen aan één kind en circa 25% aan twee kinderen, inclusief opvangkosten (bron: Nibud). Zo wordt zichtbaar voor welke inkomensgroepen de opvang licht of juist zwaar weegt.
Zijn de gebruikte nettolonen representatief voor elk gezin?+
Het zijn modelmatige nettolonen via Loonwijzer, op basis van één werkgever, geen fiscale partner en volledige heffingskortingen. Voor een individueel gezin kan het afwijken; de cijfers dienen om inkomensgroepen onderling te vergelijken, niet als persoonlijke berekening.
Waarom zie ik soms minder grafieken?+
De zes grafieken die twee jaren met elkaar vergelijken (zoals inflatie, loonstijging en verandering in toeslag) verschijnen alleen als je twee verschillende jaren naast elkaar zet. Vergelijk je twee tarieven binnen hetzelfde jaar, dan zijn die vergelijkingen niet van toepassing en zie je de drie basisgrafieken.