Winst uit werkmaatschappijen (BV’s)
Veel stichtingen bezitten één of meer werk-BV’s (bijv. Kinderopvang BV, Opleidingen BV, Vastgoed BV).
Die BV’s vallen onder de holdingstichting, die 100% aandeelhouder is.
De winststroom werkt dan als volgt:
-
De werk-BV behaalt winst (bijv. 7% rendement).
-
Die winst mag in de BV blijven, naar de stichting als dividend worden uitgekeerd, of worden toegevoegd aan reserves.
-
Zodra de winst in de stichting belandt, geldt de lagere stichtingnorm (3–5%) voor het totaalrendement van de groep.
Dus: een BV mag zelf 6–8% ROE draaien,
maar de stichting als geheel mag gemiddeld niet boven 3–5% uitkomen over haar geconsolideerde vermogen.
Belangrijk: consolidatieplicht
Bij beoordeling van rendement kijkt de toezichthouder naar de geconsolideerde cijfers van de groep (stichting + BV’s).
Je kunt dus niet stellen:
“De BV draait 8%, de stichting 0%, dus dat mag apart.”
Alles wordt samengevoegd — en het groepsgemiddelde bepaalt of je binnen de DAEB-norm blijft.
Praktische aanbevelingen
-
Hanteer intern twee marges:
-
BV-niveau: 6–8%
-
Stichtingniveau: 3–5%
-
-
Laat winst gecontroleerd doorstromen:
Niet alles in één keer als dividend, maar gespreid toevoegen aan reserves. -
Leg in de jaarrekening vast:
-
dat de winst wordt ingezet voor maatschappelijke doelen;
-