Wat mag een stichting doen met winst uit werkmaatschappijen (BV’s)?

2025-10-10T14:21:47+02:0010 oktober 2025|, |

Een stichting mag winst ontvangen uit haar BV’s (bijv. kinderopvang-BV of opleidings-BV),
maar die winst moet worden teruggeploegd in de maatschappelijke doelstelling — dus niet uitgekeerd aan bestuurders of derden.
Winst in BV’s mag niet structureel boven de 6–8% uitstijgen, tenzij dit aantoonbaar nodig is voor investeringen of risico-opvang.

Winst uit werkmaatschappijen (BV’s)

2025-10-10T14:17:30+02:0010 oktober 2025|, |

Veel stichtingen bezitten één of meer werk-BV’s (bijv. Kinderopvang BV, Opleidingen BV, Vastgoed BV).
Die BV’s vallen onder de holdingstichting, die 100% aandeelhouder is.

De winststroom werkt dan als volgt:

  1. De werk-BV behaalt winst (bijv. 7% rendement).

  2. Die winst mag in de BV blijven, naar de stichting als dividend worden uitgekeerd, of worden toegevoegd aan reserves.

  3. Zodra de winst in de stichting belandt, geldt de lagere stichtingnorm (3–5%) voor het totaalrendement van de groep.

Dus: een BV mag zelf 6–8% ROE draaien,
maar de stichting als geheel mag gemiddeld niet boven 3–5% uitkomen over haar geconsolideerde vermogen.

Belangrijk: consolidatieplicht

Bij beoordeling van rendement kijkt de toezichthouder naar de geconsolideerde cijfers van de groep (stichting + BV’s).
Je kunt dus niet stellen:

“De BV draait 8%, de stichting 0%, dus dat mag apart.”

Alles wordt samengevoegd — en het groepsgemiddelde bepaalt of je binnen de DAEB-norm blijft.

Praktische aanbevelingen

  1. Hanteer intern twee marges:

    • BV-niveau: 6–8%

    • Stichtingniveau: 3–5%

  2. Laat winst gecontroleerd doorstromen:
    Niet alles in één keer als dividend, maar gespreid toevoegen aan reserves.

  3. Leg in de jaarrekening vast:

    • dat de winst wordt ingezet voor maatschappelijke doelen;

Hoe groot moet dat eigen vermogen zijn?

2025-10-10T13:34:37+02:0010 oktober 2025|, |

Er is geen harde norm, maar de verwachting is dat toezichthouders minimaal 3–6 maanden exploitatiekosten als buffer redelijk vinden.
Voor stichtingen met vastgoedambities (bijv. nieuwbouw of verduurzaming) ligt de norm hoger.
Vraag advies aan (bij boekhouder, accountant) om te berekenen hoeveel vermogen past bij jouw organisatiegrootte, risico’s en investeringsplannen.

Waarom is het voor stichtingen belangrijk om eigen vermogen op te bouwen?

2025-10-10T13:31:55+02:0010 oktober 2025|, |

Omdat DAEB de mogelijkheid om winst te maken beperkt, wordt eigen vermogen de belangrijkste buffer om risico’s op te vangen.
Zonder voldoende vermogen kan een stichting:

  • minder investeren in gebouwen of duurzaamheid,

  • minder goed omgaan met bezettingsschommelingen,

  • en afhankelijker worden van gemeenten of banken.

Kort gezegd: vermogen = zekerheid + investeringsruimte.

Mogen stichtingen nog winst maken?

2025-10-10T14:19:09+02:0010 oktober 2025|, |

Ja, maar winst mag niet het doel zijn.
Een stichting mag een positief resultaat behalen om reserves aan te leggen voor toekomstige investeringen, maar niet om uit te keren.
Het rendement moet binnen de redelijke bandbreedte (3–5% op eigen vermogen) blijven.
Eventuele overschotten moeten worden hergebruikt binnen de maatschappelijke doelstelling van de stichting.

Wat verandert er voor stichtingen door de invoering van DAEB?

2025-10-10T13:29:56+02:0010 oktober 2025|, |

Vanaf 2029 vallen kinderopvangorganisaties onder de regels van de Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB).
Dat betekent dat ook stichtingen — net als BV’s — worden beoordeeld op rendement, redelijkheid en transparantie.
De nadruk verschuift van winst naar duurzame financiële continuïteit: stichtingen moeten aantonen dat middelen doelmatig worden ingezet voor opvangkwaliteit.

Verwachte kritiek van de Raad van State op het DAEB-wetsvoorstel

2025-10-10T13:28:06+02:0010 oktober 2025|, |

1. Ongelijke behandeling van ondernemers (BV, stichting, eenmanszaak)

De Raad van State zal vrijwel zeker aandacht vragen voor het verschil in rechtsvorm:

  • BV’s mogen winst maken binnen een marge van 6–8%,

  • stichtingen hebben geen winstdoel maar wel reserves nodig,

  • eenmanszaken/VOF’s worden fiscaal anders behandeld.

Kritiekpunt: De wet moet gelijke kansen bieden aan verschillende rechtsvormen.
Anders ontstaat een ongerechtvaardigd onderscheid dat strijdig kan zijn met het gelijkheidsbeginsel (art. 1 Grondwet) en EU-regels over ondernemingsvrijheid.

2. Risico op strijd met Europees mededingingsrecht

De DAEB-kwalificatie is een EU-juridische constructie die uitzonderingen toelaat op staatssteunregels.
De Raad zal toetsen of:

  • de overheid voldoende motiveert waarom kinderopvang een DAEB is;

  • de vergoeding (subsidie of tarief) niet leidt tot overcompensatie;

  • en de regeling niet onbedoeld concurrentieverstorend werkt t.o.v. commerciële partijen (bijv. BSO-plus, opleidings-BV’s).

Kritiekpunt: De compensatiemechanismen moeten concreter worden uitgewerkt om te voorkomen dat Nederland in strijd handelt met EU-richtlijn 2012/21/EU (DAEB-besluit).

3. Gebrek aan financiële onderbouwing en realisme

De invoering van bijna gratis kinderopvang vergt jaarlijks circa € 9 miljard.
De Raad van State zal vragen:

  • of de meerjarige dekking structureel is geborgd,

  • of de uitvoeringskosten bij DUO, Belastingdienst en SZW realistisch zijn,

  • en of er risico’s bestaan op […]

Goodwill, leningen en merkrechten

2025-10-10T13:21:22+02:0010 oktober 2025|, , |

1. Goodwill onder DAEB

Goodwill is de meerwaarde die je ooit hebt betaald bij de aankoop van een onderneming — meestal gebaseerd op reputatie, klantenbestand en verwachte winst.

Hoe DAEB hiernaar kijkt:

  • Goodwill mag blijven bestaan op de balans, maar wordt niet meer vergoed vanuit de publieke DAEB-financiering.

  • Met andere woorden: de overheid betaalt geen “rendement” over betaalde goodwill; alleen over daadwerkelijk eigen vermogen.

  • Toezichthouders zullen goodwill kritisch beoordelen: is het reëel, of is het een verkapte winstuitkering uit het verleden?

Gevolg:

  • Goodwill wordt passief geaccepteerd, maar niet actief beloond.

  • Een organisatie met veel goodwill en weinig eigen vermogen heeft straks sneller een te hoog rendement (ROE), omdat het eigen vermogen kunstmatig laag is.

  • Daarom is het slim om goodwill geleidelijk af te bouwen vóór 2029 (via afschrijvingen of herwaardering).

2. Aankopen uit het verleden

Veel ondernemers hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in:

  • panden of verbouwingen,

  • overnames,

  • of uitbreidingen.

Wat blijft toegestaan:

Alle rechtmatige aankopen blijven gewoon staan op de balans.
Er komt geen terugwerkende kracht: investeringen uit het verleden hoeven niet te worden “teruggedraaid”.

Maar:

  • Aankopen die duidelijk boven marktwaarde zijn gedaan (bijv. te hoge interne overnamesommen of goodwillbetalingen) kunnen in toekomstige DAEB-toetsingen kritische vragen oproepen.