De positiescan: hoe sta je er financieel voor richting 2029?

Iedereen in de sector zegt hetzelfde: bereid je voor op 2029. Maar voorbereiding is geen activiteit — het is een route, en elke route begint bij een vertrekpunt. Twee organisaties die exact dezelfde DAEB-regels op zich af zien komen, kunnen een compleet verschillende opgave hebben, simpelweg omdat ze er financieel anders voor staan. Wie dat vertrekpunt niet kent, bereidt zich voor op het gemiddelde — en niemand ís het gemiddelde.
Daarom begint de nulmeting die we in de Routekaart naar 2029 voor dit jaar op de agenda zetten met één vraag: in welk vak sta jij? De positiescan hieronder ordent de sector langs twee assen in zes herkenbare uitgangsposities. De meeste bestuurders weten binnen tien seconden welk vak het hunne is.
Waarom juist deze twee assen
De matrix zet rendement af tegen eigen vermogen — en dat is geen willekeurige keuze. Het zijn precies de twee grootheden waar het nieuwe stelsel op ingrijpt. Waar je op deze twee assen staat, bepaalt dus niet alleen hoe gezond je vandaag bent, maar hoeveel tijd, geld en speelruimte je hebt voor alles wat richting 2029 moet gebeuren. Om te zien waarom, moet je weten wat de DAEB straks met elk van beide doet.
Wat de DAEB met deze twee assen doet
Je rendement krijgt een plafond. Onder het wetsvoorstel ontvang je als houder een vergoeding ter hoogte van de nettokosten van de DAEB-werkzaamheden plus een "redelijke winst" (artikel 2.28). Alles wat daarboven binnenkomt, geldt als overcompensatie en wordt teruggevorderd — of verrekend met latere vergoedingen. Hoe hoog die redelijke winst wordt, is de grote open vraag: de berekening wordt uitgewerkt in lagere regelgeving die er nog niet is, en het kabinet heeft aangekondigd de norm te laten onderbouwen door onafhankelijk extern onderzoek. Bovendien is de invulling van de DAEB zelf nog onderwerp van politiek debat — ook een lichtere variant ligt op tafel. Wat een redelijke winst precies is, hoe "de" kostprijs wordt bepaald en waarom dat zo lastig is, lees je in Kostprijs en redelijk rendement.
En daarmee verandert de rol van je eigen vermogen. Je reserves vul je uit winst — en precies die winst krijgt straks een plafond. Dat raakt niet alleen je buffer, maar je groeivermogen: wie vandaag geen eigen vermogen heeft, kan alléén via rendement vermogen opbouwen om te investeren en uit te breiden. Het kabinet erkent dat zelf in de Kamerbrief: een redelijk rendement hoort bij een gezonde bedrijfsvoering en is nodig om investeringen in het aanbod te doen. Waar de norm komt te liggen, bepaalt dus direct hoe snel de sector kan groeien — en het hardst voor organisaties zonder buffer. Daar komt bij dat het wetsvoorstel geen spiegelbeeld kent: verliezen worden niet gecompenseerd. Er is een mechanisme tegen overcompensatie, maar geen mechanisme tegen ondercompensatie. Je eigen vermogen is straks je enige schokdemper — voor tegenvallers, voor investeringen én voor de transitiekosten die vóór 2029 gemaakt moeten worden. De jaren tot de invoering zijn daarmee de laatste waarin je die buffer zonder plafond kunt vullen.
Daaromheen komt een schil van verplichtingen die direct in je bedrijfsvoering ingrijpen: een gescheiden boekhouding waarin DAEB-diensten worden gescheiden van andere werkzaamheden, periodieke controle op overcompensatie met bijbehorende accountantscontroles, verantwoording op houderniveau, en het voornemen om de hele sector onder de Wet normering topinkomens te brengen. Welke verplichtingen dat concreet zijn en hoe zwaar ze wegen, lees je in De regeldruk van de DAEB.
Kort gezegd: de verticale as van de matrix wordt straks genormeerd, en de horizontale as moet de klap opvangen. Daarom zegt de combinatie van die twee meer over je uitgangspositie dan elk cijfer afzonderlijk.

Zo lees je de matrix
Verticaal staat je rendement: van hoog, via de nullijn, naar negatief. Alles boven de stippellijn verdient geld; alles eronder verliest het. Horizontaal staat je eigen vermogen: van laag naar hoog. De combinatie levert zes posities op — en elke positie heeft een eigen opgave richting 2029.
Eén leesinstructie vooraf: lees de matrix op het niveau van de houder — de rechtspersoon die de kinderopvang biedt en straks de vergoeding ontvangt. Daar grijpt het wetsvoorstel aan: de houder voert de gescheiden boekhouding en de begrenzing tot nettokosten plus redelijke winst geldt voor de DAEB-werkzaamheden van die houder. Heb je een holdingstructuur met bijvoorbeeld een aparte vastgoed-BV, dan telt dat vermogen in deze matrix dus niet mee. Maar houd die structuur wél in beeld: hoe de nieuwe regels omgaan met interne huur en fees tussen groepsonderdelen wordt pas duidelijk bij de uitwerking in lagere regelgeving — en die is er nog niet.
Drie instrumenten — voor elk vak
In welk vak je ook staat, het eerstvolgende moment om je positie te verbeteren is voor iedereen hetzelfde: je tariefbesluit 2027, dit najaar. Drie tools van KDV Online helpen daarbij. Met de Kostenprognose 2027 reken je per kostencomponent uit met welke stijging je rekening moet houden — in een bandbreedte laag, midden en hoog. Met de Tarieventool vertaal je een tariefvoorstel naar de netto gevolgen voor ouders per inkomensklasse — direct bruikbaar richting je oudercommissie. En met de Rekentool laat je ouders op je eigen website zelf uitrekenen wat de opvang hun netto kost — zodat een tariefstap niet tot honderden individuele vragen leidt.
De renderende organisatie
Hoog rendement, laag eigen vermogen. Je draait goed — de exploitatie is op orde, er wordt verdiend. Maar er zit weinig vet op de botten: het verdiende geld is uitgekeerd, geïnvesteerd of nooit als buffer opgebouwd. Deze positie voelt comfortabel en is het maar half. De winstnormering raakt straks direct je verdienmodel, en de transitiekosten die vóór 2029 gemaakt moeten worden, moeten uit de lopende exploitatie komen — er is geen reserve om op terug te vallen. De opgave: van rendement buffer maken, nu het nog onbegrensd kan.
De sterke organisatie
Hoog rendement, hoog eigen vermogen. De luxepositie: je verdient goed én je hebt reserves. Tijd en geld zijn hier geen knelpunt — het risico is een ander: onderschatting. Juist organisaties die er goed voor staan, stellen de voorbereiding uit omdat de urgentie ontbreekt. Terwijl de winstnormering voor deze groep de grootste relatieve impact heeft: hoe hoger je huidige rendement, hoe groter het verschil met wat er straks als redelijk geldt. De opgave: reken de nieuwe spelregels vroeg door op je eigen cijfers, zodat je weet wat je te verdedigen of aan te passen hebt.
De kwetsbare organisatie
Laag maar positief rendement, laag eigen vermogen. Je verdient geld — maar weinig, en er staat geen buffer achter. Dat maakt deze positie één tegenvaller verwijderd van problemen: een CAO-sprong, een bezettingsdip of een huurverhoging kan het verschil zijn tussen zwart en rood. Het goede nieuws: je hebt een werkend fundament, en het krachtigste instrument om deze positie te verbeteren komt er dit najaar aan — je tariefbesluit 2027, onderbouwd met de instrumenten hierboven. De opgave: marge en buffer versterken, elk jaar een stap, te beginnen bij dit tariefbesluit.
De stabiele organisatie
Laag maar positief rendement, hoog eigen vermogen. De klassieke gevestigde organisatie: reserves zat, maar de exploitatie levert weinig op. Comfortabel — tot je bedenkt dat de transitie naar 2029 niet uit je vermogen maar uit je jaarlijkse exploitatie gefinancierd moet worden als je de buffer intact wilt houden. De vraag voor deze positie is of de dunne marge de komende jaren de extra kosten van voorbereiding kan dragen zonder dat je gaat interen. De opgave: weet wat je marge werkelijk is — per uur, per locatie — voordat je erop gaat leunen.
De crisisorganisatie
Negatief rendement, laag eigen vermogen. Verlies zonder buffer: elke maand telt hier. Voor deze positie is 2029 eerlijk gezegd niet de eerste zorg — 2027 halen is de opgave. Dat klinkt hard, maar het heeft ook een geruststellende kant: alles wat je nu doet om de exploitatie te herstellen (kostprijs kennen, tarief onderbouwen, bezetting verbeteren) is exact dezelfde voorbereiding die het nieuwe stelsel straks van je vraagt. Overleven en voorbereiden zijn hier hetzelfde traject.
De interende organisatie
Negatief rendement, hoog eigen vermogen. Je verliest geld, maar er is vermogen om op te teren — en dat is precies wat er elk jaar gebeurt. Deze positie is de stilste van de zes: er is geen acute nood, dus er wordt niet ingegrepen. Maar de klok tikt twee keer. Elk jaar wordt de buffer kleiner die straks de transitie moet dragen. En onder het nieuwe stelsel wordt de verantwoording op houderniveau scherper — wat er nu nog onzichtbaar wegvloeit, staat straks zwart-op-wit. De opgave: repareer de exploitatie nu, terwijl het vermogen je nog de tijd geeft die de crisisorganisatie niet heeft.
Van herkenning naar meting
Als het goed is, heb je je vak inmiddels gevonden — op gevoel. Dat gevoel is een prima startpunt en een onbetrouwbaar eindpunt. Want waar ligt precies de grens tussen laag en hoog eigen vermogen? Welke rendementsdefinitie gebruik je — en over welk jaar? En op welk niveau meet je eigenlijk, als je organisatie uit meerdere BV's bestaat? Twee bestuurders in hetzelfde vak kunnen op papier compleet verschillende cijfers hebben. De volgende stap is dus je positie niet schatten maar meten: met een vaste meetlat, zodat je jaar op jaar kunt volgen of je opschuift richting het vak waar je wilt staan. Die meetlat — en de bijbehorende actielijst per positie — werken we uit in de DAEB-readiness-scan (verschijnt binnenkort op KDV Online). Tot die tijd geldt: pak je laatste jaarrekening erbij en bepaal ten minste in welk vak je vandaag staat. Dat is de nulmeting waar de routekaart dit jaar om vraagt.
Verder verdiepen — dit lees je in de premium-analyses
■ Voor leden · duiding en toepassing op jouw organisatie
- Hoe wordt onder de DAEB bepaald wat een redelijke winst is — en waarom is "de" kostprijs zo lastig vast te stellen?
- Welke administratieve verplichtingen komen er concreet bij, en hoe zwaar wegen ze voor jouw organisatie?
- Wat betekende het commissiedebat van 25 juni voor de koers richting 2029 — en welke toezeggingen raken jouw bedrijfsvoering?
Bronnen
De positiescan is een ordeningsmodel van KDV Online. De begrenzing van de vergoeding tot nettokosten plus redelijke winst, het overcompensatiemechanisme, de gescheiden boekhouding op houderniveau en de uitwerking bij algemene maatregel van bestuur zijn gebaseerd op het conceptwetsvoorstel (artikelen 2.27 en 2.28). Het voornemen om de redelijke rendementsnorm te laten onderbouwen door onafhankelijk extern onderzoek, de koppeling tussen redelijk rendement en investeringen in het aanbod, en de deelnamecijfers van het kostprijsonderzoek komen uit de Kamerbrief.
- Conceptwetsvoorstel Wet financiering kinderopvang (oktober 2025) — beschikbaar via het Juridisch Dossier 2029.
- Kamerbrief voortgang nieuw financieringsstelsel kinderopvang (Kamerstuk 31322, nr. K).
- Commissiedebat kinderopvang, Tweede Kamer, 25 juni 2026 — Debat Direct ↗.
Zorgvuldig samengesteld — en open voor jouw kennis. Deze informatie is met de grootste zorgvuldigheid samengesteld en gebaseerd op officiële bronnen. Zie je toch iets wat volgens jou niet klopt, of heb je een vraag? Laat het ons weten
Jeroen Pernot
Jeroen is oprichter van KDV Online. Zijn missie: grip op kinderopvang. Hij vertaalt de complexe stelselherziening richting 2029 naar de praktijk — van Kamerdebatten en adviezen tot wetgeving. Zo weet jij waar je aan toe bent en maak je onderbouwde keuzes.
De DAEB vraagt voorbereiding. Wil je sparren over wat dit voor jouw organisatie betekent? Ga dan met Jeroen in gesprek.
Ik houd je ook graag op de hoogte van de ontwikkelingen binnen het kerndossier DAEB Kinderopvang 2029. Meld je aan voor de nieuwsbrief en je bent als eerste op de hoogte.
Kostenprognose 2027

Met de Kostenprognose bereken je gratis de verwachte kostenstijging voor 2027, volgens de Ayit-methode. De inflatiecorrectie voor 2026 is al verwerkt, en je vult zelf je eigen cijfers in de velden in — zo krijg je een prognose die past bij jouw organisatie. Je ziet in één oogopslag hoeveel je kosten naar verwachting toenemen, wat de basis vormt voor een onderbouwd tariefbesluit voor het komende jaar.
Tarieventool 2027

Met de Tarieventool bereken je de netto bijdrage van alle inkomensklassen en zet je die af tegen de stijging van het netto loon als gevolg van je geplande prijsstijging. De KOT-tarieven voor 2027 zijn gebaseerd op de berekeningen van Ed Buitenhek (+3,3%). Je slaat verschillende scenario’s op en vergelijkt ze naast elkaar, zodat je precies ziet wat een tariefwijziging voor elke inkomensgroep betekent — en de uitkomsten kunt downloaden en delen met je oudercommissie.
Rekentool voor ouders

De meeste berekeningen gaan uit van het toeslagvoorschot. Deze rekentool corrigeert naar de eindafrekening: wat ouders na de definitieve toeslagberekening werkelijk betalen. Zo zie je de échte netto kosten van jóuw dienstverlening. En in 2027 dalen die voor veel ouders juist — terwijl jouw eigen kosten harder stijgen dan het maximale KOT-uurtarief. Zo licht je ouders goed voor over hun werkelijke netto kosten — en laat je zien dat je een transparante, betrouwbare aanbieder bent.