Stabiliteit in de basis, differentiatie ernaast
De kern als fundament, niet als winstmotor
Wanneer rendement binnen de kernopvang proportioneel wordt beoordeeld, wordt het minder logisch om maximale marge uit die kern te halen.
De kern biedt dan: voorspelbare kasstromen, continuïteit, maatschappelijke legitimiteit en stabiliteit in waardering. Dat is waardevol, maar groei en hogere marges zullen eerder ontstaan in activiteiten die niet direct onder het DAEB-kader vallen. Maar ook daar gelden duidelijke randvoorwaarden.
Aanvullende activiteiten moeten:
-
vrijwillig zijn
-
juridisch correct zijn ingericht
-
duidelijk onderscheiden blijven van de kernopvang
-
niet feitelijk verplicht worden gesteld
-
niet het karakter van de kernvoorziening aantasten
In de praktijk betekent dit dat pluspakketten niet aan alle ouders kunnen worden opgelegd en dat aanvullende diensten een keuze moeten blijven. Zij mogen de kern versterken, maar niet vervangen.
De strategische vraag verschuift daarmee van:
“Hoe verhogen we de kernmarge?”
naar:
“Hoe organiseren we aanvullende waarde op een juridisch houdbare manier naast een stabiele kern?”