Rendement binnen DAEB

Volgens het huidige wetsvoorstel wordt kinderopvang per 2029 ingericht als DAEB. Dat betekent dat winst onderdeel wordt van een gereguleerd compensatiemodel. Niet de hoogte alleen telt, maar de verhouding tot kosten en vermogen.

Binnen een DAEB-structuur mag compensatie niet hoger zijn dan de nettokosten inclusief een redelijke winst. Dat betekent niet dat winst verdwijnt. Het betekent wél dat rendement anders wordt gelezen.De vraag is dus niet alleen hoeveel je verdient.

De vraag is hoe jouw winst zich verhoudt tot vermogen, publieke middelen en stabiliteit.

Rendement binnen DAEB

Het aannemelijk dat het financieringsmodel wordt vormgegeven binnen dit DAEB-kader.

Binnen een DAEB-structuur mag compensatie niet hoger zijn dan de nettokosten inclusief een redelijke winst.

Dat betekent niet dat winst verdwijnt. Het betekent wél dat rendement anders wordt gelezen.De vraag is dus niet alleen hoeveel je verdient.

De vraag is hoe jouw winst zich verhoudt tot vermogen, publieke middelen en stabiliteit.

Van vrije markt naar gereguleerde compensatie

Winst blijft mogelijk — maar krijgt een kader

Het voorgestelde DAEB-stelsel verandert de systematiek van financiering. In plaats van een markt waarin ouders via toeslag betalen, wordt publieke financiering rechtstreeks aan organisaties verstrekt.

Daarbij geldt dat overcompensatie moet worden voorkomen. Dat impliceert dat winst niet onbeperkt losstaat van de kostprijs en vermogenspositie.

De exacte norm voor “redelijke winst” wordt nog nader vastgesteld. De systematiek ligt echter vast: compensatie tot nettokosten plus een redelijke marge.

Dat verandert de beoordelingscontext van rendement.

Van omzetlogica naar vermogenslogica

Veel kinderopvangorganisaties sturen op omzet en marge. Dat is logisch in een vrije marktcontext. Binnen een DAEB-structuur kan de verhouding tussen winst en eigen vermogen relevanter worden dan alleen omzetmarge.

Een concreet voorbeeld maakt dit zichtbaar.

Een organisatie met een omzet van twee miljoen euro en een winst van tweehonderdduizend euro draait een marge van tien procent. Wanneer diezelfde organisatie een eigen vermogen heeft van één miljoen euro, betekent dit een rendement van twintig procent op eigen vermogen.

In een volledig vrije markt is dat een ondernemersresultaat.

Binnen een DAEB-kader kan de vraag ontstaan of dit rendement proportioneel is in verhouding tot publieke compensatie.

De cijfers blijven gelijk. De context verandert.

Redelijke winst en uitlegbaarheid

Het wetsvoorstel spreekt over compensatie inclusief een redelijke winst. Wat “redelijk” precies betekent, wordt nog nader uitgewerkt. Het principe is echter helder: publieke middelen mogen niet leiden tot structurele overcompensatie.

Dat betekent dat winst in toenemende mate moet worden onderbouwd. Niet alleen richting oudercommissie, maar ook in relatie tot financieringskaders.

Voor ondernemers met één tot tien vestigingen is dit geen abstract begrip. Het raakt aan keuzes over dividend, bufferopbouw, investeringen en tariefstructuur.

Niet maximale winst staat centraal, maar uitlegbare winst.

Wat betekent dit voor waarde en groei? 

Wanneer rendement een normatief kader krijgt, kan dat invloed hebben op waardering. In een markt waarin winst vrij wordt beoordeeld, bepaalt marge vaak de multiple. In een gereguleerde context kan stabiliteit zwaarder wegen dan maximale winst.

Dat kan betekenen dat ondernemingen met hoge maar volatiele winsten anders worden gewaardeerd dan stabiele organisaties met gezonde buffers.

Voor sommige ondernemers betekent dit consolideren. Voor anderen voorbereiden op overdracht. Voor weer anderen juist investeren in schaal en efficiëntie.

Rendement en waarde komen dichter bij elkaar te liggen.

2029 verandert niet of je winst mag maken — maar hoe die wordt beoordeeld

Het voorgestelde DAEB-stelsel introduceert geen winstverbod. Het introduceert een kader waarin winst moet passen binnen compensatie, redelijkheid en stabiliteit.

Dat vraagt om een andere manier van kijken naar rendement.