De invloed van onderzoek op media en politiek: zes weken in 2022
Een meting van kinderopvangtarieven stond in 2022 binnen een dag in de Tweede Kamer; zes weken later verhoogde het kabinet de maximum uurprijzen twee keer. Wat media en politiek deden, wat ik daar wel en niet uit opmaak, en waarom het richting 2029 opnieuw telt.
Op 3 november 2022 stond er een bericht van RTL Nieuws online: ouders gaan in 2023 tien tot veertig procent meer betalen voor kinderopvang. Een dag later zei de minister van Sociale Zaken dat er geen compensatie zou komen. Zes weken later was die er — in twee stappen, met terugwerkende kracht tot 1 januari.
Dat bericht was er doordat ik het had laten meten, dus ik schrijf dit niet als toeschouwer. Ik schrijf het nu omdat de agenda van vandaag erop lijkt.
Waar dit stuk op berust
Het onderzoek was van Nettobijdrage, inmiddels KDV Online: ik vroeg in 2022 ruim zevenhonderd kinderopvangorganisaties naar hun tarieven, zette het op met publicatie als doel en bracht het naar RTL Nieuws. Elk cijfer hieronder is terug te voeren op een openbare bron.
Wat het onderzoek liet zien
Onder het bericht van RTL Nieuws van 3 november lag mijn onderzoek. De tarieven stegen gemiddeld 8,5 procent, de kinderopvangtoeslag 5,58 procent: kinderopvang werd duurder, de vergoeding hield geen gelijke tred.
Een gezin met twee kinderen en een inkomen tot € 27.000 betaalde in 2023 ongeveer € 745 per jaar méér: veertig procent meer eigen bijdrage, voor dezelfde twee dagen opvang (wat dat per inkomensklasse betekende). Drie ouders vertelden op 4 november wat dat met hun keuzes deed. Twee van hen overwogen minder te gaan werken.
De reactie kwam binnen een dag
Op 4 november stond het onderwerp in de Kamer (wat Kamerleden zeiden). Minister Karien van Gennip erkende dat de gemiddelde prijs harder steeg dan de indexatie van de toeslag, maar sloot een tegemoetkoming uit: “Een compensatie komt er denk ik niet”, zei ze tegen RTL Nieuws. In plaats daarvan wees ze naar de sector:
“Er ligt hier ook echt een verantwoordelijkheid voor de ondernemers. Het is een private markt. De meeste van die ondernemers zijn hartstikke winstgevend. Ik denk dat er een serieus gesprek moet worden gevoerd met de sector over waar de winst naartoe gaat. Daar doen we ook al onderzoek naar.”
Die laatste zin is achteraf de opvallendste van het hele dossier. In november 2022 liep er al onderzoek naar de winsten in de kinderopvang — bijna drie jaar voordat het kabinet aankondigde de sector aan te wijzen als dienst van algemeen economisch belang.
En toen bleef het niet stil
Nog diezelfde dag riep Stichting Voor Werkende Ouders het ministerie op de maximum uurprijs bij te stellen. Eind november vroegen PvdA en GroenLinks in een Kamerdebat alsnog om extra compensatie; Van Gennip antwoordde dat ze dat “komend voorjaar serieus” zou doen. Op 5 december stond het twee keer bij de NOS: ’s ochtends dat het kabinet niet extra bijstelt, wat het ministerie bevestigde, in de woorden van de NOS, na berichtgeving van RTL Nieuws; ’s avonds het verhaal van een juf met een tweeling die overwoog te stoppen met werken (de reacties bij de NOS). De politiek verslaggever van de NOS noemde compensatie niet ondenkbaar: zo’n boodschap was in Den Haag “eigenlijk niet te verkopen”.
Dat was op 5 december. Acht dagen later kwam dat geld.
Zes weken later draaide het kabinet bij
Op 13 december 2022 liet de minister de Kamer weten dat de maximum uurprijzen voor 2023 alsnog extra omhoog zouden gaan, wegens de hoge inflatie: structureel € 57 miljoen, bovenop de € 225 miljoen voor de reguliere indexatie. Op 20 december volgde een tweede verhoging, vijf dagen nadat de Kamer een motie van GroenLinks en de PvdA had aangenomen. Beide keren met terugwerkende kracht tot 1 januari 2023 (de bedragen en percentages). Als reden noemde het kabinet op 13 december de inflatie, en op 20 december de aangenomen motie en de raming van het CPB. In geen van beide nieuwsberichten staat een verwijzing naar de berichtgeving van begin november.
Wat media met de politiek doen
Ik beweer hier vier dingen, en één ding beweer ik niet.
Eén: het onderzoek deed waarvoor ik het opzette. In de sector leefde een onderbuikgevoel dat niemand had onderzocht. Binnen een dag na de publicatie stond het onderwerp in de Tweede Kamer.
Twee: de reactie van de minister bestond bij gratie van deze publicatie. Haar antwoord op 4 november — geen compensatie, de sector is winstgevend, er loopt onderzoek naar de winsten — is een antwoord op dit bericht. Hetzelfde geldt voor het Kamerdebat van diezelfde dag.
Drie: het bracht in beeld wat ouders netto zelf betalen. Dat bedrag zat verborgen in het verschil tussen een uurtarief en een toeslagplafond. Op 3 november werd dat verschil een bedrag, en lag het op tafel bij burgers, redacties en in de Kamer.
Vier: media zetten de politiek onder druk. Dat is op zichzelf geen nieuws. Wat deze zes weken laten zien, is hoe dat van dichtbij werkt: een oudervereniging die oproept, andere titels die het overnemen, een Kamerdebat, en twee NOS-items op één dag.
En dit beweer ik niet: dat de verhoging daardóór kwam. Het besluit is genomen op grond van de inflatie, een motie en een CPB-raming, en zo staat het in de stukken. Dat is de enige stap die ik niet zet, en in een opiniestuk vind ik dat juist de moeite waard om vol te houden. Een meting legt een getal op tafel dat iedereen kan narekenen. Wat daarna met dat getal gebeurt, gebeurt in de openbaarheid, en dat staat hierboven op datum.
En daarna gebeurde het nog twee keer
Het bleef niet bij december 2022. In de twee jaar erna ging er nog twee keer geld bij, langs verschillende wegen: één keer op initiatief van de Tweede Kamer, één keer op voorstel van het kabinet. De bedragen, de data en de timing staan bij elkaar in gevolgen op langere termijn. Alle drie de keren kwamen ze nadat het tariefjaar al liep, of vlak daarvoor.
En wat mij daarin opvalt
De derde keer ging anders dan de eerste twee. Die gingen over het plafond: het maximum uurtarief omhoog. De maatregel van 2025 ging over het percentage dat ouders vergoed krijgen — dus rechtstreeks over wat er netto overblijft.
Dat is naar mijn overtuiging de verschuiving die met de publicatie van november 2022 op gang kwam: van de hoogte van het toeslagtarief naar wat een ouder er zelf bij moet leggen, en naar de vraag die daar meteen achteraan komt — of werken dan nog uitkomt. Die vraag zat er van begin af aan in.
Of de maatregel van 2025 op die verschuiving teruggaat, staat in geen enkel stuk. Dát het gesprek sindsdien over netto gaat, is wel te zien.
Waarom dit nu telt
Richting 2029 ligt er opnieuw een reeks besluiten waarvan de uitkomst nog niet vaststaat. De bandbreedte van het rendementsplafond is niet bepaald. De reikwijdte van de scheiding tussen wel en niet aangewezen activiteiten zit in een AMvB die nog geschreven moet worden. De vorm van de openbare jaarverantwoording staat in concept.
Afwachten is ook een keuze, maar geen neutrale. Wie pas kijkt als de uitkomst er is, houdt alleen de uitkomst over. Mijn overtuiging is dat het anders kan, omdat het in 2022 anders ging: wie invloed wil op de inhoud van het debat, heeft cijfers nodig die kloppen en die op tijd op tafel liggen.
Die cijfers komen er doordat ondernemers ze aanleveren. Daarom doen we het opnieuw, breder: in Kostprijs & rendement 2026 meten we kostprijs, rendement en positie, over meerdere jaren.
Wijzigingslog
- 10-09-2026 — Eerste publicatie van dit dossier.
- 05-10-2026 — Het onderzoek heet voortaan Kostprijs & rendement 2026. Deelnemers ontvangen op 1 december 2026 het onderzoeksrapport; de eerdere zin dat de uitkomsten openbaar zijn, is daarop aangepast.
- 06-10-2026 — De tariefstijging voor 2023 staat nu overal op 8,5 procent (stond op één plek als 8,6). De publicatiedatum van het onderzoeksrapport is verschoven naar dinsdag 8 december 2026.
- 06-10-2026 — Stuk gelijkgetrokken met de uitgangspunten van het nieuwe stelsel (95,6% vergoeding, rechtstreekse uitkering aan de houder, DAEB tegen staatssteun) en het slot teruggebracht tot één uitnodiging: deelname aan Kostprijs & rendement 2026.
- 07-10-2026 — Het onderzoeksrapport verschijnt op 8 december 2026; in een eerdere regel hierboven stond 1 december.
- 07-10-2026 — Artikel ingekort van circa 2.400 naar circa 1.500 woorden; de verdieping (bedragen per inkomensklasse, reacties in de Kamer en bij de NOS, de twee verhogingen van december 2022) staat nu in drie popovers. Verhaallijn en conclusies ongewijzigd.
- 07-10-2026 — Herhaling geschrapt: het kader en de eerste alinea over het onderzoek ingekort, “De reden die het kabinet zelf gaf” samengevoegd met “Zes weken later draaide het kabinet bij”, de vier beweringen en het slot compacter. Verhaallijn en conclusies ongewijzigd.
- 07-10-2026 — Inleiding ingekort: tweede alinea en kader korter, de vermelding van de Raad van State en de planning voor december geschrapt.
- 07-10-2026 — Inleiding: uitleg over de richting (95,6%, DAEB) en de invulling geschrapt; de lezer kent die.
- 08-10-2026 — Titel gewijzigd van “Zes weken kinderopvang in het nieuws, en wat dat met de politiek deed” naar “De invloed van onderzoek op media en politiek: zes weken in 2022”; samenvatting en zoekmachineteksten aangepast.
- 08-10-2026 — Zoekwoord gewijzigd van “maximum uurprijs kinderopvang” naar “onderzoek media politiek kinderopvang”.
Bronnen
Dit stuk berust op openbare publicaties. De peiling waarop RTL zich baseerde is van Nettobijdrage, inmiddels KDV Online; zie het kader bovenaan.
- RTL Nieuws, 3 november 2022 — Kinderopvang fors duurder in 2023, ouders betalen tot 40 procent meer
- RTL Nieuws, 4 november 2022 — Minister: geen compensatie voor hogere prijzen kinderopvang
- RTL Nieuws, 4 november 2022 — Handen in het haar om dure kinderopvang
- Rijksoverheid, 13 december 2022 — Vergoeding kinderopvang voor 2023 extra verhoogd
- Rijksoverheid, 20 december 2022 — Vergoeding kinderopvang voor 2023 nogmaals extra verhoogd
- NOS, 5 december 2022 — Kinderopvangtoeslag stijgt volgend jaar niet mee met de tarieven
- NOS, 5 december 2022 — Minder of helemaal stoppen met werken door dure kinderopvang: ‘Dit is heftig’
- WNL, 4 november 2022 — Oproep na duurdere kinderopvang: ‘Ministerie, stel maximum uurprijs bij’
Aangevuld 10 september 2026, met vindplaats zodat de cijfers na te lopen zijn:
Volledig overzicht van alle brondocumenten in dit dossier — inclusief status en fase. Naar het Juridisch dossier 2029