Gevolgen op langere termijn.

De twee keren na december 2022, met de bedragen en de data.

24 oktober 2023. De Tweede Kamer neemt het amendement-Van der Lee c.s. aan, ingediend bij de Algemene Financiële Beschouwingen: € 508 miljoen voor een extra verhoging van de maximum uurprijzen vanaf 2024, bóvenop de reguliere indexatie. De uurprijzen voor 2024 komen daarmee op € 10,25 voor de dagopvang, € 9,12 voor de buitenschoolse opvang en € 7,53 voor de gastouderopvang.

Datzelfde amendement had een tweede helft: 1,2 procent extra minimumloon per 1 juli 2024. Die haalt het niet. Op 16 april 2024 verwerpt de Eerste Kamer dat wetsvoorstel; de reguliere indexatie van 3,09 procent gaat wel gewoon door. Eén amendement, twee maatregelen, één ervan overleeft.

2025. Opnieuw geld erbij: € 429 miljoen in het eerste jaar — € 32 miljoen in 2024 en € 397 miljoen in 2025 — oplopend tot structureel € 525 miljoen. Dit keer niet door het plafond te verhogen, maar door ouders een groter deel vergoed te geven: de vergoedingspercentages gingen omhoog voor huishoudens met een gezamenlijk inkomen tussen € 29.393 en € 159.224. De maximum uurprijzen kwamen op € 10,71, € 9,52 en € 8,10.

Wat de drie momenten gemeen hebben

Hun timing. Ze kwamen alle drie nadat het tariefjaar al was ingegaan of vlak daarvoor. Wie in het najaar zijn tarief voor het komende jaar moest vaststellen, wist op dat moment niet dat er nog een verhoging aan zat te komen — en rekende dus met een plafond dat later niet meer het plafond was.