D66-Kamerlid Fonda Sahla noemde de prijsstijging zorgelijk, wees op het risico dat kwetsbare kinderen thuis worden gehouden, en wilde dat de minister het lopende onderzoek naar het uurtarief zou versnellen. Voor de SP ging dat niet ver genoeg. Peter Kwint: “Dit is een acuut probleem waar nu iets aan moet worden gedaan.”
Minister Karien van Gennip erkende het verschil:
“Ik heb gezien dat de gemiddelde prijs van de kinderopvang meer stijgt dan de indexatie die wij aan de kinderopvangtoeslag hebben gegeven.”
Maar een tegemoetkoming sloot zij uit. “Een compensatie komt er denk ik niet”, zei ze tegen RTL Nieuws. In plaats daarvan wees ze naar de sector:
“Er ligt hier ook echt een verantwoordelijkheid voor de ondernemers. Het is een private markt. De meeste van die ondernemers zijn hartstikke winstgevend. Ik denk dat er een serieus gesprek moet worden gevoerd met de sector over waar de winst naartoe gaat. Daar doen we ook al onderzoek naar.”
Stichting Voor Werkende Ouders riep het ministerie op de maximum uurprijs bij te stellen, en andere titels namen het bericht over. PvdA en GroenLinks vroegen de minister in een Kamerdebat alsnog naar extra compensatie te kijken. Van Gennip antwoordde dat ze dat “komend voorjaar serieus” zou doen.
’s Ochtends meldde de NOS dat het kabinet niet extra bijstelt; het ministerie bevestigde dat na berichtgeving van RTL Nieuws. ’s Avonds volgde het verhaal van Marte Barends, juf en moeder van een tweeling:
“Ik werk als juf en ben echt aan het kijken of ik überhaupt kan blijven werken. Er is een lerarentekort en ik wil werken en meedoen aan de maatschappij maar op deze manier is dat financieel eigenlijk niet mogelijk.”
De politiek verslaggever van de NOS achtte compensatie met terugwerkende kracht niet ondenkbaar: de boodschap dat opvang duurder wordt terwijl mensen meer moeten werken, was in Den Haag “eigenlijk niet te verkopen”.