De overheid wil meer kindplaatsen. Haar norm kan voor minder zorgen.
De overheid rekent op 22 procent meer opvang en neemt aan dat het aanbod meegroeit. Met een norm van 5 procent kan het er volgens mij juist minder worden. Waarom ik dat denk, wat ertegenin te brengen is, en hoe we het meten.
Ik denk dat we afstevenen op een beslissing die precies het omgekeerde kan opleveren van wat de overheid wil. De overheid wil meer kinderopvang. Met de norm die ze nu overweegt, kan het er minder worden. In dit stuk leg ik uit waarom ik dat denk, en hoe we kunnen meten of ik gelijk heb.
De overheid rekent zelf op groei
Het kabinet trekt ongeveer € 3,6 miljard per jaar extra uit voor kinderopvang. In de kengetallen bij de begroting raamt het ministerie dat ouders in 2031 bijna 22 procent meer uren kinderopvang afnemen dan in 2024, bij de bso zelfs 30 procent. Daarbij staat één aanname: het aanbod groeit grotendeels mee.
Dat aanbod moet iemand bouwen. Van de kindplaatsen die sinds 2021 zijn bijgekomen, staat twee derde op naam van een bv of een zelfstandig ondernemer. Wie een locatie opent, leent meestal geld. En een bank vraagt volgens het Waarborgfonds minimaal 10 procent rendement op de omzet.
Een norm op de helft van wat een bank vraagt
Het ministerie denkt aan een norm van 5 procent. Dat lijkt ruim naast de 2 procent waar de overheid zelf mee rekent. Maar die 2 procent is een gemiddelde over 2023 van ruim 150 organisaties. Ik heb zo’n veertig jaarrekeningen en winst- en verliesrekeningen gezien, en mijn indruk is dat het gemiddelde rendement ver boven de 5 procent ligt. Kan ik dat bewijzen? Nee. Maar klopt het, dan is 5 procent geen ruimte. Dan is het een korting. Waarom 5 procent minder ruim is dan het lijkt, lees je in De overheid rekent met 2 procent en biedt 5.
Een korting op rendement is een korting op wat je kunt lenen en investeren. Wat ik dan verwacht:
- Uitbreidingen gaan niet door. Een nieuwe locatie die niet te financieren is, wordt niet gebouwd.
- Organisaties worden minder waard. Wie wil stoppen of verkopen, doet dat liever vóór 2029 dan erna. Volgens Match Plan halveert de waarde van een kinderopvangorganisatie door de DAEB: in hun rekenvoorbeeld, een organisatie met 170 kindplaatsen, van € 2,5 miljoen in 2025 naar € 1,2 miljoen in 2029. Een jaar na de aankondiging is er al ruim een derde af: € 1,6 miljoen in 2026.
- De vraag groeit, het aanbod niet. Het gevolg zijn langere wachtlijsten, juist voor de ouders die de overheid wil helpen.
Het verzet van de branche, van STOP DAEB tot de Brancheorganisatie Kinderopvang en de BVOK, komt wat mij betreft niet uit de lucht vallen.
Wat ertegenin te brengen is
Eerlijk is eerlijk: er zijn tegenargumenten. Met het extra geld stijgt het volume, en dan kan groei ook bij 5 procent lonen. Stichtingen, met ruim een derde van de kindplaatsen, groeien zonder winstmotief. Voor de borgstelling van het Waarborgfonds is 3 tot 5 procent voldoende. En vastgesteld is nog niets: hoogte en grondslag van de norm komen pas na een investerings- en impactanalyse.
Juist daarom moet die analyse op echte cijfers rusten. Niet op een gemiddelde uit 2023, en ook niet op mijn indruk.
Laten we het meten
In het onderzoek Kostprijs & rendement 2026 vragen we niet alleen wat organisaties verdienen. We vragen ook of ze de afgelopen twaalf maanden een investering hebben uitgesteld vanwege de DAEB, en waarin. En wat ze als eerste doen als het plafond er komt zoals voorgesteld: uitbreiding uitstellen, verkopen, of niets veranderen.
Gedrag zegt meer dan een verwachting. Blijkt in december dat organisaties nu al uitbreidingen uitstellen, dan is “minder in plaats van meer kindplaatsen” geen voorspelling meer, maar een signaal dat de overheid niet kan negeren. Blijk ik ongelijk te hebben, dan is dat ook goed om te weten. Maar dan wel op basis van cijfers.
Ondernemen is handelen
Ondernemen en besturen is handelen. Het is tijd om nu te handelen en de overheid de echte cijfers te geven. We staan als branche voor enorme financiële uitdagingen. Dan moet de overheid wel de kaders bieden waarbinnen je kunt ondernemen.
Zorg voor de werkelijke kaders, en doe mee met het onderzoek Kostprijs & rendement 2026.
Bronnen
- Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, september 2025 — Bijlage 1: kengetallen kinderopvang, bij de begroting (groei van de opvanguren 2024–2031; aanname dat het aanbod meegroeit)
- Waarborgfonds & Kenniscentrum Kinderopvang, december 2025 — Sectorrapport Kinderopvang, jaarcijfers 2024 (borgstellingsnorm 3 tot 5 procent; bancaire financieringsnorm minimaal 10 procent)
- Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 26 juni 2026 — Woo-deelbesluit I, communicatie tussen Financiën en SZW over het nieuwe financieringsstelsel kinderopvang (gemiddeld 2 procent over 2023; werkgetal 5 procent)
- Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 21 september 2026 — Wetsvoorstel financiering kinderopvang met memorie van toelichting, versie adviesaanvraag Raad van State (MvT p. 115, grondslag en hoogte van de redelijke winst)
- Kamerbrief voortgang nieuw financieringsstelsel kinderopvang, 21 september 2026 (ongeveer € 3,6 miljard per jaar extra)
- Match Plan, 1 april 2026 — Webinar “De impact van de DAEB-regeling op mijn kinderopvang”, opname (rekenvoorbeeld: 85 kdv- en 85 bso-plaatsen, € 2,5 miljoen omzet; waarde € 2.500.000 in 2025, € 1.600.000 in 2026 en € 1.200.000 in 2029. Een doorgerekend scenario, geen transactiedata; het rust op de aanname dat de EBITDA-marge vanaf 2029 halveert)
- KDV Online, eigen meting op basis van het LRK, stand oktober 2026 (aandeel van bv's en zelfstandige ondernemers in de nieuwe kindplaatsen sinds 2021; aandeel stichtingen)
Dit is een opinie. De verwachtingen in dit stuk zijn die van Jeroen Pernot. Zijn indruk over het rendement berust op jaarrekeningen en winst- en verliesrekeningen die hem vertrouwelijk onder ogen kwamen; die cijfers zijn niet openbaar en niet na te lopen.
Volledig overzicht van alle brondocumenten in dit dossier — inclusief status en fase. Naar het Juridisch dossier 2029