ONDERZOEK
Waarom dit onderzoek?
Twee vragen, met hetzelfde antwoord: waarom dit belangrijk is voor de sector — en wat jij er zelf aan hebt.
Een sector die moet kunnen meegroeien
De Nederlandse kinderopvang staat aan de vooravond van de grootste stelselwijziging sinds 2005. De overheid maakt kinderopvang toegankelijker en trekt daar fors extra geld voor uit — het kabinet heeft ongeveer €3,6 miljard per jaar extra gereserveerd, waarmee de overheid straks in totaal bijna €9 miljard per jaar aan kinderopvang betaalt. Bijna één miljoen kinderen maken al gebruik van kinderopvang met kinderopvangtoeslag, en die vraag zal door de toegankelijkheid alleen maar verder toenemen.
Maar extra vraag heeft alleen zin als het aanbod kan meegroeien. Dat vraagt om medewerkers, nieuwe en bestaande locaties, financiering, investeringen — en ondernemers die bereid zijn risico te nemen, uit te breiden of over te nemen.
Tegelijkertijd worden er besluiten voorbereid over kostprijs en redelijke winst. Uit interne Woo-documenten van het ministerie blijkt dat daarbij wordt gedacht aan een norm van 5%. Die keuze raakt niet alleen de jaarwinst van kinderopvangorganisaties — ze kan doorwerken in financieringsmogelijkheden, investeringsruimte, bedrijfswaarde, bedrijfsopvolging en uiteindelijk de capaciteit van de hele sector.
De Atlas onderzoekt daarom niet vooraf of 5% te hoog of te laag is. We onderzoeken eerst de economische werkelijkheid erachter: wat kost kinderopvang werkelijk, welke winst ontstaat daaruit, waarom ontstaan de verschillen tussen organisaties — en wat zijn organisaties de komende jaren van plan. Precies hoe we kostprijs, winst en die verschillen berekenen, staat volledig uitgewerkt bij Onderzoeksmethodiek →.
Voordat er besluiten worden genomen die de economische ruimte van een hele sector bepalen, moet duidelijk zijn hoe die sector er werkelijk voor staat — én wat organisaties van plan zijn.
Wat jij er zelf aan hebt
Je levert niet alleen informatie aan de sector. Met je jaarcijfers bouw je tegelijk mee aan een economisch referentiekader waarmee je je eigen organisatie kunt vergelijken met organisaties die werkelijk op de jouwe lijken — niet alleen "mijn rendement is X%", maar bijvoorbeeld: hoe verhouden mijn personeels- en huisvestingskosten zich tot vergelijkbare organisaties, is mijn overhead relatief hoog of laag, en waar wijkt mijn kostprijs af? Vergelijkingen worden opgebouwd naar kenmerken als omvang, rechtsvorm, provincie en stedelijkheid — bekijk welke organisaties inmiddels in de nulmeting vertegenwoordigd zijn →.
Die benchmark krijgt richting het nieuwe financieringsstelsel nóg een functie: verantwoording. Zodra je moet kunnen uitleggen hoe jouw kostprijs en redelijke winst zijn opgebouwd, helpt het niet alleen om je eigen cijfers te kennen, maar ook om te laten zien hoe ze zich verhouden tot vergelijkbare organisaties. Lees hoe die verantwoordingsplicht er in het nieuwe DAEB-stelsel uitziet bij Verantwoording →.
En je hoeft daarvoor niets bedrijfsgevoeligs prijs te geven: je individuele financiële cijfers blijven volledig beschermd. Zo zorgen we dat zelfs KDV Online jouw individuele cijfers niet kan lezen — lees hoe De Kluis jouw financiële gegevens beschermt →.
Jouw cijfers hebben twee keer waarde.
Voor de sector. Jouw werkelijkheid telt mee in het economische beeld waarop het maatschappelijke en politieke debat wordt gevoerd — de resultaten gaan in december actief naar overheid, politiek, sector én media.
Voor jouw organisatie. Je bouwt een benchmark en referentiekader op waarmee je weet waar je staat, en waarmee je je kostprijs en redelijke winst steeds beter kunt onderbouwen.