Ga naar de inhoud
KDV Online

Onderzoek KDV Online

Waarom dit onderzoek?

Het kabinet trekt ongeveer € 3,6 miljard per jaar extra uit voor kinderopvang en denkt aan een rendementsnorm van 5%. Wie daarover beslist, moet eerst weten wat kinderopvang werkelijk kost.

Drie redenen Doe gratis mee

De overheid denkt aan een maximale winst van 3 tot 5% — lees hoe dat wordt bepaald, of kort: wat is redelijk rendement?

De vraag naar kinderopvang blijft toenemen. Dat vraagt om investeringen, nieuwe locaties en ondernemers die durven uitbreiden. Dit vereist een financieel gezonde sector.

Straks moet je kunnen uitleggen hoe je kostprijs en winst zijn opgebouwd. Je cijfers geven je nu al een benchmark.

Er zijn al cijfers over het rendement in de kinderopvang. Ze geven alleen geen volledig en eerlijk beeld.

166 organisaties, samen de helft van de kindplaatsen, vooral grotere. Op hun sectorrapporten rust de 5% waar het kabinet aan denkt. Rendement in 2024: 3,5%.

Rendement rond de 11% (2024). Grotere organisaties via een steekproef die wordt opgehoogd, kleine bedrijven sinds 2022 via hun belastingaangifte. Bij eenmanszaken en vof's zit het loon van de ondernemer in de winst. Gastouder­opvang is 60% van de bedrijven (2021) en staat er niet apart in.

De impactanalyse voor het kabinet, klaar eind 2026, steunt onder meer op gesprekken met organisaties uit de branche. Gesprekken geven een beeld, geen cijfers.

Dezelfde sector, hetzelfde jaar: 3,5% bij het Waarborgfonds, ongeveer 11% bij het CBS. Wie beslist wat een redelijk rendement is, heeft cijfers nodig die je kunt vergelijken: per soort opvang, per rechtsvorm en met het ondernemersloon apart. Dat doet Kostprijs & rendement 2026.

Bronnen: Waarborgfonds Kinderopvang, Sectorrapport jaarcijfers 2024; CBS StatLine 81278ned (kinderopvang, SBI 8891, 2024 voorlopig); Kamerbrief voortgang nieuw financieringsstelsel kinderopvang, 21 september 2026.

In het najaar van 2022 vroeg KDV Online (toen nog Nettobijdrage) ruim zevenhonderd kinderopvang­organisaties naar hun tarieven voor 2023. We rekenden uit wat dat netto betekende voor ouders: de tarieven stegen gemiddeld 8,5%, de toeslag 5,58%. Een gezin met een inkomen tot € 27.000 zou daardoor ongeveer € 745 per jaar meer gaan betalen. Na de publicatie bij RTL Nieuws kwam de politiek onder druk te staan. Zes weken later verhoogde het kabinet de maximum uurprijzen twee keer, met terugwerkende kracht.

Echte cijfers worden gehoord. Dat geldt nu opnieuw.

De Nederlandse kinderopvang staat aan de vooravond van de grootste stelselwijziging sinds 2005. De overheid maakt kinderopvang toegankelijker en trekt daar fors extra geld voor uit — het kabinet heeft ongeveer €3,6 miljard per jaar extra gereserveerd, waarmee de overheid straks in totaal bijna €9 miljard per jaar aan kinderopvang betaalt. Bijna één miljoen kinderen maken al gebruik van kinderopvang met kinderopvang­toeslag, en die vraag zal door de toegankelijkheid alleen maar verder toenemen.

Maar extra vraag heeft alleen zin als het aanbod kan meegroeien. Dat vraagt om medewerkers, nieuwe en bestaande locaties, financiering, investeringen — en ondernemers die bereid zijn risico te nemen, uit te breiden of over te nemen.

Tegelijkertijd worden er besluiten voorbereid over kostprijs en redelijke winst. Uit interne Woo-documenten van het ministerie blijkt dat daarbij wordt gedacht aan een norm van 5%. Die keuze raakt niet alleen de jaarwinst van kinderopvang­organisaties — ze kan doorwerken in financieringsmogelijkheden, investeringsruimte, bedrijfswaarde, bedrijfsopvolging en uiteindelijk de capaciteit van de hele sector.

Dat traject is inmiddels een concrete stap verder: het wetsvoorstel voor dit nieuwe financieringsstelsel ligt sinds begin september 2026 voor advies bij de Raad van State, en op 21 september 2026 informeerde minister Aartsen de Tweede Kamer daarover. De precieze DAEB-invulling — waaronder de rendements­norm — wordt nog uitgewerkt met de sector.

De Atlas onderzoekt daarom niet vooraf of 5% te hoog of te laag is. We onderzoeken eerst de economische werkelijkheid erachter: wat kost kinderopvang werkelijk, welke winst ontstaat daaruit, waarom ontstaan de verschillen tussen organisaties — en wat zijn organisaties de komende jaren van plan. Precies hoe we kostprijs, winst en die verschillen berekenen, staat volledig uitgewerkt bij Onderzoeksmethodiek.

Voordat er besluiten worden genomen die de economische ruimte van een hele sector bepalen, moet duidelijk zijn hoe die sector er werkelijk voor staat — én wat organisaties van plan zijn.

Je levert niet alleen informatie aan de sector. Met je jaarcijfers bouw je tegelijk mee aan een economisch referentiekader waarmee je — in Grip+ — je eigen organisatie kunt vergelijken met organisaties die werkelijk op de jouwe lijken — niet alleen "mijn rendement is X%", maar bijvoorbeeld: hoe verhouden mijn personeels- en huisvestingskosten zich tot vergelijkbare organisaties, is mijn overhead relatief hoog of laag, en waar wijkt mijn kostprijs af? Vergelijkingen worden opgebouwd naar kenmerken als omvang, rechtsvorm, provincie en stedelijkheid — bekijk welke organisaties inmiddels in het onderzoek vertegenwoordigd zijn.

Die benchmark krijgt richting het nieuwe financieringsstelsel nóg een functie: verantwoording. Zodra je moet kunnen uitleggen hoe jouw kostprijs en redelijke winst zijn opgebouwd, helpt het niet alleen om je eigen cijfers te kennen, maar ook om te laten zien hoe ze zich verhouden tot vergelijkbare organisaties. Lees hoe die verantwoordingsplicht er in het nieuwe DAEB-stelsel uitziet bij Verantwoording.

En je hoeft daarvoor niets bedrijfsgevoeligs prijs te geven: je individuele financiële cijfers blijven volledig beschermd. Zo zorgen we dat zelfs KDV Online jouw individuele cijfers niet kan lezen — lees hoe De Kluis jouw financiële gegevens beschermt.

Voor de sector. Jouw werkelijkheid telt mee in het economische beeld waarop het maatschappelijke en politieke debat wordt gevoerd — de resultaten gaan in december actief naar overheid, politiek, sector én media.

Voor jouw organisatie. Je bouwt een benchmark en referentiekader op waarmee je weet waar je staat, en waarmee je je kostprijs en redelijke winst steeds beter kunt onderbouwen.