De overheid rekent met 2 procent en biedt 5. Wat verdien jij werkelijk?
In haar cijfers gaat de overheid uit van een gemiddeld rendement van 2 procent. De norm die ze overweegt, ligt op maximaal 5 procent, met ruimte voor extra plaatsen. Dat lijkt ruimhartig. Maar hoeveel verdienen jij en de branche werkelijk?
In haar eigen cijfers gaat de overheid uit van een gemiddeld rendement van 2 procent in de kinderopvang. De norm die ze overweegt, ligt op maximaal 5 procent. Daar hoort een belofte bij: ruimte om te investeren in extra plaatsen.
Van 2 naar 5 procent: dat lijkt ruimhartig. Of het dat ook is, hangt af van één vraag die nog niemand kan beantwoorden. Hoeveel rendement maken jij en de branche werkelijk?
2 procent: het getal van de overheid
In een stuk van 4 maart 2025, openbaar gemaakt na een Woo-verzoek, schrijft het ministerie: “In 2023 behaalde de meerderheid van de organisaties dit rendement niet. Het gemiddelde lag dat jaar op 2 procent.”
Dat getal komt uit het Sectorrapport van het Waarborgfonds. Het is een gemiddelde van ruim 150 organisaties, samen ongeveer de helft van de kindplaatsen. En het is verouderd: over 2024 kwam hetzelfde rapport al op 3,5 procent.
5 procent: de ruimte die de overheid biedt
In een nota van mei 2025 schrijft het ministerie van Financiën: “Wij denken nu aan een maximale winst van 5%.” In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel schrijft de regering dat ze bij de hoogte van de redelijke winst rekening wil houden met investeringen in kwaliteit en capaciteit, en met de groei van het aanbod.
Die groei rekent de overheid zelf al in. In de kengetallen bij de begroting raamt ze tot 2031 bijna 22 procent meer opvanguren, bij de bso zelfs 30 procent. Daarbij staat: “In de raming is aangenomen dat het aanbod grotendeels meegroeit met de oploop van de vraag naar kinderopvang.”
Op papier klopt het verhaal: de sector verdient 2 procent, de overheid biedt tot 5 procent, en daarmee kan de sector groeien.
Waarom het minder ruim is dan het lijkt
Een gemiddelde zegt weinig over jou
Hetzelfde sectorrapport laat over 2024 een grote spreiding zien. 13,3 procent van de organisaties maakte verlies, 35,2 procent zat tussen 0 en 3 procent, 44,8 procent tussen 3 en 10 procent en 6,7 procent erboven. Organisaties met minder dan € 5 miljoen omzet kwamen gemiddeld op 4,4 procent, eenmanszaken en vof's op 7,4 procent, met het loon van de ondernemer al als kosten meegeteld. Een grens van 5 procent raakt dus niet het gemiddelde. Hij raakt de organisaties die nu het meest overhouden.
Een bank vraagt het dubbele
Wie uitbreidt, heeft meestal een bank nodig. Volgens hetzelfde rapport vraagt een bank een solvabiliteit van minimaal 20 procent en een rendement van minimaal 10 procent van de omzet. In 2024 voldeed 5,7 procent van de organisaties aan allebei. 72,4 procent had wel een gezonde balans, maar te weinig rendement.
De regering noemt rendement op de omzet “uitlegbaar”. Dat is dezelfde maatstaf als die van de bank. Een norm van 5 procent ligt zo op de helft van wat een bank vraagt. En de groei die de overheid verwacht, moet voor een groot deel van ondernemers komen: van de kindplaatsen die sinds 2021 zijn bijgekomen, staat twee derde op naam van een bv of een zelfstandig ondernemer.
Andere bronnen, andere getallen
Het CBS komt over 2024 op een rendement rond de 11 procent. Het CBS rekent anders: kleine bedrijven telt het via hun belastingaangifte, en bij eenmanszaken en vof's zit het loon van de ondernemer in de winst. Dezelfde sector, hetzelfde jaar: 3,5 procent bij het Waarborgfonds, rond de 11 procent bij het CBS. Welk getal dichter bij de werkelijkheid ligt, weet niemand.
De vraag die eerst beantwoord moet worden
Of 5 procent ruimte geeft of juist knelt, hangt af van wat organisaties werkelijk verdienen: per soort opvang, per rechtsvorm en met het loon van de ondernemer apart. Vastgesteld is nog niets. Hoogte en grondslag van de norm komen in een algemene maatregel van bestuur, na een investerings- en impactanalyse. Die analyse verdient actuele cijfers, niet die van 2023.
Wat ik zelf heb gezien
Ik heb de afgelopen jaren zo’n veertig jaarrekeningen en winst- en verliesrekeningen van kinderopvangorganisaties gezien. Mijn indruk: het gemiddelde rendement ligt ver boven de 5 procent.
Dat kan ik niet aantonen. Die cijfers zijn vertrouwelijk, en het zijn er veertig. Maar het verzet van de branche, van STOP DAEB tot de Brancheorganisatie Kinderopvang en de BVOK, komt niet uit de lucht vallen. Tijd voor transparantie en echte cijfers, met uitkomsten die anoniem zijn.
Jeroen Pernot
Waar de 3 tot 5 procent vandaan komt en wie er nu al boven zit, lees je in Drie tot vijf procent. Wat een gezonde organisatie nodig heeft, lees je in Hoeveel rendement heb je nodig om gezond te ondernemen?
Kostprijs & rendement 2026
De overheid gaat uit van 2 procent, gemeten over 2023. Het onderzoek van Kinderopvang Atlas meet met jaarcijfers over 2024, 2025 en 2026 wat organisaties nu verdienen, wat hun kostprijs is en hoe vol hun locaties zitten. De uitkomsten gaan in december naar overheid, politiek, sector en media.
De vraag voor jou
Weet jij wat je verdient, gemeten zoals de regering het “uitlegbaar” noemt: je resultaat ten opzichte van je omzet? Ligt dat onder of boven de 5 procent? En is het genoeg voor wat je richting 2029 van plan bent? De positiescan helpt je op weg.
Bronnen
- Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 26 juni 2026 — Woo-deelbesluit I, communicatie tussen Financiën en SZW over het nieuwe financieringsstelsel kinderopvang (gemiddeld 2 procent over 2023 in de bijlage van 4 maart 2025; “maximale winst van 5%” in de nota van 28 mei 2025)
- Waarborgfonds & Kenniscentrum Kinderopvang, december 2025 — Sectorrapport Kinderopvang, jaarcijfers 2024 (kengetal rentabiliteit 3,5 procent; spreiding, tabel 6; rechtsvorm, tabel 7; omzetklasse, tabel 8; bancaire normen en financierbaarheid, tabel 14)
- Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 21 september 2026 — Wetsvoorstel financiering kinderopvang met memorie van toelichting, versie adviesaanvraag Raad van State (rendement op omzet; MvT p. 115, grondslag en hoogte van de redelijke winst)
- Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, september 2025 — Bijlage 1: kengetallen kinderopvang, bij de begroting (groei van de opvanguren 2024–2031; aanname dat het aanbod meegroeit)
- CBS StatLine 81278NED, kinderopvang (SBI 8891), 2024 voorlopig
- KDV Online, eigen meting op basis van het LRK, stand oktober 2026 (aandeel van bv's en zelfstandige ondernemers in de nieuwe kindplaatsen sinds 2021)
Eén passage berust niet op een document. Het kader Wat ik zelf heb gezien is een waarneming van Jeroen Pernot op basis van jaarrekeningen en winst- en verliesrekeningen die hem vertrouwelijk onder ogen kwamen. Die cijfers zijn niet openbaar en niet na te lopen; dat staat in het kader zelf ook zo.
Volledig overzicht van alle brondocumenten in dit dossier — inclusief status en fase. Naar het Juridisch dossier 2029