Wat gebeurt er als je meer verdient dan straks is toegestaan?
Onder de DAEB mag je over vijf jaar niet meer ontvangen dan je nettokosten plus een redelijke winst. Kom je erboven, dan is er sprake van overcompensatie. Hoe die toets werkt, wat de 10%-grens betekent en hoe je het voorkomt.
Overcompensatie is een nieuw begrip voor de kinderopvang. Het betekent dat je meer overheidsgeld hebt ontvangen dan nodig was om de opvang te bieden, inclusief een redelijke winst. Onder de DAEB moet dat terug. Dit stuk legt uit hoe de toets werkt, volgens de versie van het wetsvoorstel die naar de Raad van State ging.
De formule
De overheid mag je compenseren tot je kosten plus een vergoeding voor ondernemerschap, min je overige inkomsten (memorie van toelichting, p. 113–114). Ontvang je meer dan dat, dan is er sprake van overcompensatie. In formulevorm:
overcompensatie = compensatie + overige inkomsten − totale kosten − vergoeding voor ondernemerschap
- Compensatie is de vergoeding kinderopvang, plus gemeentelijk geld voor voorschoolse educatie en vergelijkbare opvang.
- Overige inkomsten zijn vooral de bijdragen van ouders, en bijvoorbeeld een gemeentelijke subsidie voor de verduurzaming van je pand.
- Totale kosten zijn alle kosten die redelijkerwijs samenhangen met de opvang. Die worden niet genormeerd: je eigen kosten tellen (p. 114–115).
Over vijf jaar, niet per jaar
De toets kijkt niet naar één jaar, maar naar een periode van vijf jaar (artikel 2.32, lid 3). Om de vijf jaar wordt gecontroleerd, op het niveau van de houder. De markttoezichthouder voert de controle uit, op basis van je jaarverantwoording (p. 116).
Dat betekent: een goed jaar is geen probleem op zich. Het gaat om wat je over vijf jaar samen hebt ontvangen.
De 10%-grens
Ben je in de eerste periode van vijf jaar boven de grens gekomen, maar niet meer dan 10% van de gemiddelde vergoeding per jaar, dan wordt het teveel verrekend met de vergoeding in het volgende kalenderjaar (artikel 2.32, lid 4). Is het meer dan 10%, dan wordt het direct teruggevorderd, met rente (p. 114, 117).
Stopt je onderneming, dan kan er niet meer worden verrekend en wordt ook een kleiner teveel direct teruggevorderd (p. 117).
Hoe je het voorkomt
De memorie van toelichting noemt zelf twee wegen: minder ouderbijdragen vragen, of meer investeren in de kinderopvang (p. 115). Je tarief en je investeringen worden zo onderdelen van dezelfde meerjarige afweging.
Wat dit vraagt
Weten waar je staat ten opzichte van de grens, niet pas na vijf jaar maar elk jaar. Dat vraagt een administratie die de kosten van de opvang apart laat zien, en een vooruitblik op je resultaat over meerdere jaren.
Nog niet vast
Hoe de nettokosten precies worden berekend, hoe hoog de redelijke winst is, en welke stukken je moet aanleveren voor de controle. Dat volgt in lagere regelgeving en in een handreiking die de regering met de sector en de toezichthouder wil opstellen (p. 114–116).
Waar ligt jouw grens?
Of je straks boven de grens uitkomt, hangt af van een norm die nog moet worden vastgesteld. De overheid gaat uit van een gemiddeld rendement van 2 procent, gemeten over 2023. Grote beslissingen rusten zo op verouderde cijfers; het Waarborgfonds kwam over 2024 al op 3,5 procent. Het onderzoek Kostprijs & rendement 2026 meet met jaarcijfers over 2024, 2025 en 2026 wat organisaties werkelijk verdienen.
Wat je mag verdienen, lees je in Wie bepaalt straks hoeveel winst je mag maken, en waarover? Wat de DAEB aan administratie meebrengt, staat in De regeldruk van de DAEB.
Bronnen
Paginanummers verwijzen naar de memorie van toelichting bij de versie die naar de Raad van State is gestuurd.
- Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 21 september 2026 — Wetsvoorstel financiering kinderopvang met memorie van toelichting, versie adviesaanvraag Raad van State (artikel 2.32, lid 3 en 4; MvT p. 113–117)
Volledig overzicht van alle brondocumenten in dit dossier — inclusief status en fase. Naar het Juridisch dossier 2029