Ga naar de inhoud
KDV Online

"Dan gaan we toch naar de rechter?" — wat als de branche de DAEB juridisch aanvecht

De minister zegt het zelf: uiteindelijk oordeelt de rechter over dit stelsel. Maar kán de branche de DAEB-aanwijzing juridisch aanvechten, en zo ja: langs welke routes, met welke gevolgen, en hoe lang duurt zoiets? Een analyse van de juridische mogelijkheden ná invoering — en waarom procederen géén alternatief is voor voorbereiden.

Live dossier Bekijk status

Gepubliceerd: 8 juli 2026
Laatst bijgewerkt: 1 september 2026
Fase wetgeving: Het wetsvoorstel financiering kinderopvang bevindt zich in de adviesfase bij de Raad van State. Daarna volgt behandeling in de Tweede en Eerste Kamer. Minister Aartsen gaf in het commissiedebat van 25 juni 2026 aan dat die behandeling vóór 1 januari 2028 afgerond moet zijn om de beoogde invoering per 1 januari 2029 haalbaar te houden.

Grip + 84 gelezen
Deel dit artikel
Analyse - wet

Er is één passage in het commissiedebat van 25 juni 2026 die weinig aandacht kreeg, maar die relevant is voor iedereen die zich afvraagt wat er ná 2029 gaat gebeuren. Minister Aartsen zei het zelf: "Het oordeel wordt niet geveld door de Europese Commissie. Het oordeel wordt uiteindelijk geveld door de rechter. Dat is hoe het in de trias politica werkt." Daarmee benoemt hij een staatsrechtelijk gegeven: het uiteindelijke oordeel over de juridische houdbaarheid van dit stelsel ligt niet in Brussel, maar bij de rechter.

Dat maakt een vraag die veel bestuurders zich stellen ineens praktisch. Als het stelsel er komt — en de koers ligt vast — kun je de DAEB dan juridisch aanvechten? Zo ja, langs welke routes, en hoe lang duurt zoiets? In dit stuk beantwoord ik die drie vragen — te beginnen bij de voorvraag die vaak wordt overgeslagen: kán het überhaupt?

Waar de branche staat

Voor je die routes langsloopt, is het goed om te weten waar de sector nu staat. Op 18 mei 2026 lieten de Brancheorganisatie Kinderopvang (BK) en de BVOK, die de zelfstandige ondernemers vertegenwoordigt, weten dat zij hun deelname aan het sectoroverleg met SZW over de uitwerking van de DAEB voorlopig opschorten. Zij volgen daarmee het advies van hun eigen experts uit de commissie-Knook, die concludeerden dat de inbreng vanuit de sector onvoldoende zichtbaar werd gehoord en verwerkt. BK noemt de DAEB een te zwaar en te risicovol instrument, en wil met aanwezigheid aan tafel niet de indruk wekken dat de sector achter de gekozen route staat. Meewerken aan een beter stelsel blijft BK bereid; aan tafel zit ze voorlopig niet.

Inhoudelijk zijn de bezwaren juridisch onderbouwd ingediend. De zwaarste onderbouwing zit in de consultatiereactie van BK, met daarbij een juridische analyse van advocatenkantoor Stibbe, opgesteld in opdracht van BK. Die analyse bestrijdt de aanwijzing als DAEB en haalt daarbij concrete precedenten aan. Partou legt in haar eigen reactie de juridische risico's voor houders in het nieuwe stelsel bloot.

Wat er níet ligt, is een aankondiging. Geen van de betrokken partijen heeft, voor zover openbaar, gezegd: wij gaan procederen. Wat er wél ligt, is een breed en juridisch uitgewerkt bezwaar, en een sector die zich uit het overleg heeft teruggetrokken. Dat is de vertrekpositie waarin het stelsel straks aan de rechter kán worden voorgelegd — en dat is iets anders dan de mededeling dat het gaat gebeuren.

Kun je de DAEB juridisch aanvechten?

Onder deze hele discussie zit een voorvraag die veel bestuurders overslaan. Het antwoord is genuanceerder dan een simpel ja of nee.

De DAEB-aanwijzing wordt vastgelegd in de wet zelf (artikel 2.27 van het conceptwetsvoorstel). En daar stuit je op een fundament van het Nederlandse staatsrecht: wetten in formele zin kunnen niet rechtstreeks door de rechter aan de Grondwet worden getoetst (artikel 120 Grondwet). Je kunt dus niet naar de rechter stappen met de vraag "vernietig deze wet" of "vernietig deze DAEB-aanwijzing". Dat zou het parlement zijn wetgevende bevoegdheid uit handen slaan.

Maar — en dit is de opening waarlangs alles wat volgt mogelijk wordt — wetten in formele zin kúnnen wél worden getoetst aan een ieder verbindende bepalingen van internationaal recht (artikel 94 Grondwet). Dat is het EU-recht, en het is het EVRM, waaronder het eigendomsrecht in artikel 1 van het Eerste Protocol. Precies de bepalingen waar de juridische analyse van Stibbe zich op beroept.

De conclusie van deze voorvraag is dus tweeledig. De branche kan de DAEB niet met één procedure van tafel vegen. Ze kan wél proberen de aanwijzing langs meerdere sporen tegelijk juridisch te ondermijnen. Dat zijn de routes hieronder.

Verder lezen — dit lees je in de volledige analyse

📖 Volledige analyse · circa 1.750 woorden · ±9 min lezen

  • Welke juridische routes er openstaan om de DAEB aan te vechten — en wat elke route in de praktijk van je vraagt.
  • Wat een lopende procedure wél en niet doet met de invoeringsdatum van 1 januari 2029.
  • Vanaf welk moment er geprocedeerd kán worden, en hoeveel jaar een gang door de instanties kost.
  • Wat het verschil is tussen individueel en collectief procederen — en welke vragen dat jou als bestuurder oplevert.
Word lid en lees verder

Verschillende abonnementen — kies wat bij je organisatie past

Gecontroleerd door een mens

Elke bron in dit dossier is nagelopen door Jeroen Pernot — de vindplaats, de datum en de status. Wij gebruiken hulpmiddelen om grote hoeveelheden stukken te doorzoeken, maar de verantwoordelijkheid ligt bij een mens die zijn naam eronder zet. Waarom dat uitmaakt, zie je in onze test met een AI-assistent: vier keer dezelfde vraag, vier keer een antwoord dat niet klopte.

Al lid? Log in om verder te lezen