Gratis, anoniem via de Kluis, met je bestaande jaarcijfers. Hoe meer organisaties meedoen, hoe eerlijker het beeld van de sector. Daarom telt ieders cijfer: groot en klein, stichting en BV, winst en verlies. Kies wat bij jou past.
Juist kleine ondernemers worden het makkelijkst over het hoofd gezien. De politiek beslist straks over kostprijs en rendement voor de hele sector, ook voor jou. Zonder cijfers van kleine organisaties gaat dat besluit uit van de grote. Met jouw cijfers is je groep zichtbaar in de Kinderopvang Atlas: apart en herkenbaar, maar nooit herleidbaar naar jou.
Ja. In de vragen over je jaarcijfers vragen we naar je ondernemersloon, en daarvoor corrigeren we. Zo vergelijken we eerlijk met organisaties die hun directie in loondienst hebben.
Precies daarom. Als alleen winstgevende organisaties meedoen, ontstaat het beeld van een sector die ruim verdient. De lage marges van stichtingen horen in dat beeld, anders is het eenzijdig. Jouw cijfers laten zien wat kinderopvang zonder winstoogmerk werkelijk kost.
Nee. Jaarverslagen geven een totaalbeeld, geen kostprijs per uur of bezetting die je kunt vergelijken. In de Atlas staat jouw omvang naast de andere, zodat zichtbaar wordt waar schaal wel en niet helpt.
Cijfers per vestiging laten zien wat de formule kost en oplevert. Je doet mee per vestiging of voor het geheel, wat bij je past.
Omdat de plannen van het kabinet de hele sector raken. Banken vragen voor financiering normaal een rendement van minstens 10% van de omzet (Waarborgfonds, Sectorrapport 2024). Het kabinet denkt aan een maximale winst van 5% (Woo-stukken, 2025). Die 5% is gebaseerd op de sectorrapporten van het Waarborgfonds. Daaraan doen elk jaar zo'n 160 tot 170 organisaties mee, vooral grotere. Het MKB ontbreekt grotendeels. Wie minder mag verdienen dan de bank vraagt, krijgt moeilijker geld voor nieuwe of betere kindplaatsen. En dat terwijl de vraag naar kinderopvang groeit. Daarom is dit onderzoek nodig: een beeld van de hele sector, ook van kleine ondernemers. Zo wordt het gesprek op feiten gevoerd.
Ja. EY-Parthenon voert voor het kabinet een investerings- en impactanalyse van de DAEB uit (Kamerbrief 21 september 2026). Die komt in december en is onder meer gebaseerd op gesprekken met organisaties uit de branche (volgens de Branchevereniging Kinderopvang). Gesprekken geven een beeld, geen cijfers. Dit onderzoek levert de cijfers: van iedereen die meedoet, groot en klein.
In het debat van 25 juni vroeg een Kamerlid of kleine ondernemers onder de DAEB moeilijker een lening krijgen. De minister: "Die zorg deel ik niet. We hebben er ook geen enkel signaal van dat dat zo zou zijn." Dit onderzoek vraagt welke eisen jouw financier stelt en of je die haalt. Zo worden die signalen zichtbaar.
Omdat er anders een besluit valt over jouw rendement zonder dat jouw cijfers op tafel liggen. Wie goed draait, laat zien dat dat kan met goede kwaliteit en een gezonde bedrijfsvoering. Doe je niet mee, dan bepalen anderen wat een redelijk rendement is. Je deelt alleen percentages: nooit bedragen, en altijd anoniem.
Ja. Verliezen horen bij de werkelijkheid van de sector. Een kostprijs die alleen gebaseerd is op organisaties die winst maken, is te laag. Jouw cijfers laten zien waar de vergoeding tekortschiet.
We maken de cijfers zuiver. Aanloopverliezen van een nieuwe locatie houden we apart van de gewone exploitatie. Zo vertekenen ze het beeld niet, en ziet de politiek ook wat het kost om nieuwe plaatsen te openen.
Ja, en daarom zijn beide nodig. Wie eronder zit, laat zien dat het maximum niet de kostprijs is. Wie erboven zit, laat zien waarom.
Huisvesting maakt een groot verschil in de kostprijs. Beide situaties moeten in beeld zijn, anders klopt de kostprijs voor niemand.
Daarom vergelijken we per soort opvang. Een bso heeft een andere kostprijs dan een kinderdagverblijf, en dat moet ook zo in beeld komen.
Daarom vergelijken we per type gemeente. Wat kinderopvang kost in een dorp, is een ander verhaal dan in een grote stad. Dat verschil moet in de cijfers zitten.
Je eigen cijfers naast die van vergelijkbare organisaties zijn straks je onderbouwing tegenover een koper of een bank.
De overheid baseert de rendementsnorm op de sectorrapporten van het Waarborgfonds: "Wij denken nu aan een norm van 5%. Dat is gebaseerd op sectorrapporten van het Waarborgfonds kinderopvang" (Woo-stukken, 6 juni 2025). In een bijlage van maart 2025 staat dat het gemiddelde in 2023 op 2 procent lag. Op zo'n smalle basis kan elk procentpunt voor jouw organisatie het verschil zijn tussen een gezonde exploitatie en verlies. Hoe breder de cijfers, hoe beter het besluit. Lees Drie tot vijf procent: waar dat getal vandaan komt.
Je cijfers blijven in je Kluis, ook voor ons. Naar het onderzoek gaan alleen percentages: nooit bedragen, en altijd anoniem. Een groep tonen we pas als er minstens vijf organisaties in zitten.
Ongeveer een uur. Je downloadt je jaarcijfers uit je boekhoudpakket en uploadt ze in je Kluis. Daarna vul je de enquête in.
Op 8 december 2026 ontvang je het onderzoeksrapport. Aanleveren kan van 13 oktober tot en met 10 november 2026. Wil je je eigen positie zien naast organisaties zoals die van jou, dan kan dat met Grip+.